Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lingen van de ergste soort zijn voorgekomen, evenals men dit nog bij alle hedendaagsche volken op lagen cultuurtrap waarneemt.

Evenals de knaap op dezen cultuurtrap ongehoorzaam jegens zijn moeder is, die hij als vrouw veracht, neemt hij nog minder van anderen goeden raad aan. Reeds op jeugdigen leeftijd is hij hoogst onbeschaamd, ruw en wraakzuchtig jegens zijns gelijken. Diepere gemoedsaandoeningen mist hij geheel; zonder de minste aanleiding vangt hij den strijd aan, doch hij verstaat tevens meesterlijk de kunst, om allervvege zijne genegenheden te verbergen. Nog in een veel latere periode waren macht en het vermogen om vrees en schrik aan te jagen, de eerste attributen van het Goddelijke.

Als hij zonder eenige opvoeding volwassen en sterk geworden is, rooft de man een vrouw van een vreemden stam, die hij dwingt, zich aan hem te onderwerpen, of ook een vrouw van zijn eigen stam neemt hij tot zich, die echter zóó lang bij hem blijft, als de wederzijdsche genegenheid stand houdt. Als er tusschen man en vrouw oneenigheid ontstaat, scheiden de beide geslachten, om niet te

spreken van eclitgenooten, van elkander. De kinderen worden dikwijls door den gemakzuchtigen en egoïs-

O O

tischen vader sedood of, wanneer zij in leven blijven, is de sterfte onder hen door de hoogst primitieve en dikwijls onvoldoende verzorging,

o o 7

zeer groot. Eenige

o o

jaren achtereen wordt het kind

door de moeder gezoogd, die zich in zijn belang gedu-

Fig. 114. Stuk van een mammoettand, dat door de rendierjagers van het Magdalénien tot een amulet werd gesneden. Het gat, waaraan het voorwerp werd opgehangen, is afgebroken. Aan de voor- en aan de achterzijde is een saïga-antilope met opvallend lange en smalle horens gesneden. Gevonden in de grot van Mas d'Azil aan den voet van de noordelijke helling der Pyreneën. (I/3 der nat. grootte).

Sluiten