is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen, d. i. als het ideale Germanentype. Des nachts dansten zij gaarne met loshangende haren in den maneschijn de elfenrei en zongen daarbij, door het spel van gouden harpen begeleid, wonderschoone, liefelijke melodiën, totdat hanengekraai hen uiteendreef. Niet alleen hielden zij zeer veel van muziek, doch over het algemeen waren zij bekwame en in de kunst bedreven wezens, daarbij hartstochtelijk beminnend en eenigszins zinnelijk aangelegd, gaarne menschenkinderen het hof makend en dan buitenechtelijke kinderen in het leven roepend.

De Elfen, die onder de aarde, met voorliefde in de bergen huisden, noemde men dwergen. Zij waren uiterst bekwaam in allerlei handenarbeid en golden later, toen het metaal in gebruik kwam, als de beste smeden. Alle geheimen der natuur waren hen geopenbaard; zij kenden alle geneeskrachtige kruiden en wisten uitstekend wonden te heelen. Zij bewaakten de in de holen en kloven der bergen verborgen schatten en brachten vloek over ieder, die zich onrechtmatig daarvan iets toeeigende.

Tegenover hen stonden de zielen van machtige voorvaderen als reuzen, die steeds meer tot personificaties der natuurelementen werden. Men onderscheidde ze als lucht-, veld-, b o s c h-, berg-, water- en vuurreuzen, naar de door hen geliefkoosde verblijfplaatsen. Allen verstonden de heelkunst, evenals de dwergen, en bezaten de gave der profetie. In alle mogelijke gedaanten konden zij den menschen verschijnen en hen, naar de behandeling, die zij hen lieten ondergaan, nuttig of schadelijk zijn.

Tegenover deze veelsoortige geestenwereld, die hem van alle zijden omgaf, koesterde de mensch begrijpelijkerwijze veel meer vrees en afgrijzen, dan eerbied en liefde; daarom trachtte hij hen, om hen te verhinderen, onheil te stichten, door allerlei offers in een goede stemming te houden. Het was daarom een groote cultuuraanwinst, toen met der tijd deze geweldige schare van geesten, die voornamelijk bij nacht rondwaarden, in het bewustzijn en in de vereering van het volk verdrongen werden door enkele, uit de reuzen voortgesproten, zeer machtige geesten, die