Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een bizondere eeredienst eischte. Deze groote geesten, die als personificaties der natuurelementen en der voornaamste hemellichamen, de zon en de maan, meer en meelde algemeene belangstelling verwierven en hierdoor de kleine geesten langzamerhand aan de vergetelheid prijsgaven, werden op deze wijze tot de voornaamste helden onder de afgodisch vereerde geesten. En naarmate zij meer op den voorgrond traden, verdween de vrees voor de ronddoolende dooden, daar zij steeds verder verwijderd en eindelijk naar een bizonder doodenrijk gebannen werden, waardoor zij voor de levenden onschadelijk gemaakt waren.

Zoo hebben onze germaansche voorvaderen zich reeds in de vroegste tijden, in het Westen, waar de zon ondergaat, een afzonderlijk doodenrijk gedacht, waar in het bizonder de zielen der in den strijd gevallen dappere helden, evenals de grieksche Phaeaken, verblijf hielden en den dag met smullen, met gezang, met dans en kampspelen doorbrachten. Toch is deze voorstelling van het Elyzium der germaansche helden eerst in later tijd ontstaan, toen hunne oudste goden reeds onttroond waren.

Alle Indogermanen hebben als de oudste der machtig geworden en daarom tot goden verheven geesten den lichten hemelgod Dyaus. In de Veda's (heilige boeken) der oude Indiërs heeft hij nog zijne oorspronkelijke beteekenis, nl. de heldere hemel, behouden. Bij de Grieken werd uit hem Zeus, de vader aller goden, bij de Romeinen Jupiter — uit Dyauspitar, d. i. de hemelvader — en bij de Germanen Tius of Ty, ook Zio. Daar hij licht en warmte voortbracht en daardoor het leven op aarde mogelijk maakte, was hij in den oer-germaanschen tijd tevens het hoofd van de volksvergadering, van de Thing, en hun aanvoerder in strijd en overwinning. Ter zijner eere noemde men later den derden dag der week Tius-dag, waaruit het zuid-duitsche „Zistig" en het Engelsche tuesday ontstonden.

Zijn aandenken is in de volksherinnering van den lateren tijd sterk verzwakt, daar reeds vroeg de noordsche god der vruchtbaarheid Erey of Fro, d. i. heer, zijn plaats

Sluiten