is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezang, het drinkfeest ten einde liep, toog de heldenschaar, oorspronkelijk te voet, later te paard, naar de vóór Walhalla zich uitstrekkende groene weiden, om met elkander te kampen, en uit alle in den strijd gevallenen ontsproot dadelijk weêr nieuw leven in Wodan's paleis.

Met deze uitverkoren dapperen zal hij mettertijd, als de grimmige Fen ris wolf, de alles verslindende nevel, ook den godenzetel bedreigen, hem en alle vijanden uit de onderwereld tegemoettreden en in den vreeselijken strijd, die zich daarbij ontspint, zal de geheele wereld met zon en maan ten ondergaan en door de wolven, den nevel, opgegeten worden.

Odin's gemalin was de schoone zuster van Frey, Freya of Frigg, d. i. gebiedster geheeten. Het zwijn was haar heilig en allerwege schonk zij vruchtbaarheid, waarom men haar gaarne Gefjon, d. i. geefster noemde. Evenals de Woensdag naar haar gemaal Wodan — in het engelsch nog wednesday — zoo werd de Vrijdag naar haar genoemd, om welke reden huwelijken bij voorkeur op dien dag gesloten werden.

Niet de zoon van Odin, de god van den wind, doch volgens een latere opvatting de zoon van de reuzin F j ö rgyns, d. w. z. de op de bergen wonende, was de ruwe Thor of Donnar, de god des donders, die later voornamelijk de god der boeren werd. Aan hem werd de Donderdag gewijd, waarom deze tot den dag werd uitgekozen, waarop de volksvergadering bijeenkwam, Thingtag.

Daar hij de electrische ontlading vertegenwoordigt, stelde men hem in den jong-germaanschen tijd als de sterkste der goden voor, die in zwarte onweerswolken, ,,Thor's bokken" genoemd, grimmig heen en weèr schiet, en den vreeselijken hamer Mjölnir, d. i. de witglanzende, den bliksem, slingert, zoodat de aarde beeft, de rotsen breken en de boomen tot splinters slaan. Later stelde men hem, wiens naam men niet gaarne noemde en liever met Atli, d. i. de toornige, omschreef, met lang, rood haar en rooden baard voor, dien hij in zijn woede verschrikkelijk schudde, waarbij zijn oogen een hel licht als van een vuur uitstraalden. Hij was door zijn gordel, Megingiarder, die