Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap is nog niet in staat, aan te wijzen, waar deze vorderingen het eerst gemaakt zijn. Toch weten wij, dat zij van de landen om de oostelijke deelen der Middellandsche Zee moeten uitgegaan zijn en dat in het gebied tusschen Euphraat en Tigris en langs den Nijl een eerste bloeitijd dezer cultuur tot rijpheid gekomen is.

Terwijl de cultuur het eerst in een nog onbekende streek van het Zuiden tot dien hoogen trap gekomen was, en veel later ook in het Noorden algemeener werd, schijnt de mensch zich uit Midden-Europa bijna geheel te hebben teruggetrokken. Slechts hier en daar treffen wij zijne sporen aan,0 meestal nog zeer onduidelijk en weinig beteekenend. Toch zullen we ons de moeite gaarne getroosten, deze zooveel als mogelijk is, na te gaan, om ons later een beter inzicht te verschaffen in de zoo geheimzinnige overgangsperiode van het palaeolithische in het neolithische tijdvak.

Al weder moeten wij het gezegende Zuiden opzoeken, om eenige stellige feiten voor de meening te verzamelen, dat de mensch, in deze geheimzinnige overgangstijd van het oudere tot het jongere, Midden-Europa niet geheel en al verlaten had. Diep in het Zuiden van Frankrijk, nabij de Pyreneën, in het departement de 1'Ariège, ligt' de grot Mas d'Azil, vermoedelijk een verkorting van „maison d'asile." Reeds één keer hebben wij ons met deze grot bezig gehouden •, immers in de diepste lagen van haren bodem vond men tusschen allerlei steenen messen die merkwaardige uit mammoet-ivoor gesneden voorwerpen, uit het einde van den Solutréentijd afkomstig.

De woeste bergstroom Arise doorstroomde eertijds deze grot, die op haren bodem talrijke boven elkander liggende prehistorische cultuurlagen bevat. Van de oudsten zullen wij hier natuurlijk niet spreken. De rendiertijd is in deze opeenvolging goed vertegenwoordigd; zijn jongste lagen bestaan uit eenige zwarte afzettingen, die met gele slikafzettingen afwisselen. Elk dezer laatsten heeft haar ontstaan aan een overstrooming van de grot te danken, waarvan de oorzaak in een koude en vochtige periode moet o-ezocht worden. Niets verhindert ons, deze koude, aan neerslagen rijkere periode, met het weder kouder worden

Sluiten