Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedurende het Bühlstadium (blz. 144) in verband te brengen. In de daartusschen liggende droge tijden heeft de rendierjager zich hier nog opgehouden. Daarop volgt op een veel rijkere afzetting van slib een laag met enkele overblijfselen van een geheel vreemdsoortige cultuur. De Franschen noemen deze laag, naar merkwaardig beschilderde platte kiezels, „assise a galets coloriés", en de geheele cultuur, wier overblijfselen wij hier aantreffen, volgens Eduard Piette, het Asylien, naar de grot Mas d'Azil.

Onder de overblijfselen van dieren in deze laag ontbreekt het rendier geheel; doch ook van huisdieren treft men geen spoor aan. Als de overblijfselen der maaltijden van jagers, die hier langen tijd verblijf hebben gehouden, vinden wij de beenderen van het hert, de ree, den steenbok, den oeros, het wilde paard, den bruinen beer, het wilde zwijn, den haas en verder van den vos, den wolf en den losch. Doch voor het eerst in de geheele geschiedenis der menschheid vertoonen zich de overblijfselen van plantaardige voedingsmiddelen, bestaande uit een opeenhooping van tarwekorrels, vruchten, pitten van de pruim, de vogelkers, en doppen van den walnoot en den hazelnoot. Het koren, dat, dank zij zijne verkoling, tot op den tegenwoordigen tijd bewaard is gebleven, evenals ook de pruim en de noot, wijzen op eene invoering uit de oostelijke landen der Middellandsche Zee. De menschen, die deze producten naar het Westen brachten, moeten uit het Oosten gekomen zijn, doch tevens reeds vastere verblijfplaatsen gehad hebben.

Ongetwijfeld hebben ook deze menschen voornamelijk van de jacht geleefd; doch, terwijl de mannen zich daarmede bezig hielden, oefenden de vrouwen reeds een primitieven hakbouw uit, zaaiden en kweekten zij zelfs enkele vruchtboomen, wier zaden zij uit haar vaderland in het Oosten hadden medegebracht. Nog missen wij elk spoor van het bezit van aardewerk en van betere of van geslepen steenen werktuigen. Deze gelijken nog zeer veel op die van den Magdalénientijd. Bij de bekende oudere werktuigen treft men echter reeds nieuwe vormen aan, bijv. kleine ronde vuursteenschaven. In plaats van rendier-

15 *

Sluiten