is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonden, wien tot in historischen tijd door de huisgenooten enkelen geregeld, anderen weêr op feestdagen, vooral op het winterfeest, bij gelegenheid van den kortsten dag van het jaar, spijs- en drankoffers gebracht werden, bestaande uit gort, melk en mede — later bier —, waardoor men zich hun gunst zocht te verwerven en het gedijen van veldvruchten en vee in het komende jaar wilde verzekeren.

Over de geheele aarde ontmoet men bij volken van geringe beschaving dezelfde primitieve afgodsbeelden, soms met door tooverij daarin gebande geesten van voorvaderen, die men door offers welwillend kon stemmen en daarom vereerd werden. Door geheel Afrika, Indonesië en Oceanië zijn deze opvattingen algemeen. In het Zuiden van Engelsch-Indië worden door de boeren zulke rood beschilderde steenen als afgoden op hunne akkers geplaatst en de daarin wonende geesten van voorvaderen door offers gunstig gestemd, in de hoop, dat zij de veldvruchten zullen doen gedijen en voor elke schade vrijwaren.

Wat de beschilderde kiezelsteenen van Mas d'Azil vooral tot fetischen of afgoden stempelt, zijn juist deze geheimzinnige met de heilige roode kleur daarop geschilderde magische figuren.

Rood is voor alle menschen op lagen cultuurtrap de kleur der ove r w i n n i n g en wordt tegenwoordig nog o. a. door de Indianen van Noord Amerika tot het beschilderen der bezvveringsteekenen gebruikt, om zeker te zijn, dat de geest, wiens hulp men inroept, de bede verhooren zal 1). Stellig is rood de kleur, die het eerst en het sterkst indruk op den mensch heeft gemaakt;

1) Ook bij de Indianen van Suriname speelt rood een groote rol: met een roode verfstof, de roucou of koesoewé, verkregen uit liet zaad van de Bixa Orellana L., wrijven zij, met vet dooreen gemengd, dagelijks het lichaam in; met dezelfde roode verfstof kleuren zij het aardewerk, dat zij bakken; uit roode kralen, soms met witte afgewisseld, zijn de sieraden geregen, die soms de geheele borst bedekken en dat, naast rood, voor hen nauwelijks een andere kleur bestaat, werd ik gewaar, toen ik tijdens mijn verblijf in een Indiaansch kamp, langs de BovenCottica, in 1900 (zie Elzeviers Maandschrift, jaargang 1901, blz. 314 en 319) aan de vrouwen verschillend gekleurde kralen en linten uitdeelde, en slechts het rood gekleurde bij deze menschen in den smaak bleek te vallen; want slechts de roode kralen namen zij uit de doozen en van de linten, die ik aan de jongeren gaf, tooiden later slechts de roode hare lange zwarte vlechten. Noot v. d. bew.