Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootvader, later in het algemeen van de voorvaderen, door spijs- en drankoffers gunstig trachtte te stemmen of, zooals men zich later bij de Germanen uitdrukte, hunne genegenheid dronk (ihre Minne trank), zoo bestreek men bij de bloedige offers eerst de afgoden, later zich zelf, met het betooverend werkende roode bloed — daarom was voor alle tooverij in het algemeen de roode kleur, ook als het geen bloed was,' de meest werkzame en heilige — dat daarna, evenals in den vroegsten voortijd, door alle deelnemers aan de offerande nog warm gedronken werd. Ook het vuur, dat slechts dan heilig was, als het volgens het overoude gebruik met wrijfhout

Fig. II8. Zeer primitieve afbeelding van een niet nader te bepalen herkauwer, die, met een vuursteenmes, tot magische doeleinden op een stuk hertshoorn is ingekrast. Deze afbeelding, die tegelijk met eenige platte, voor het Asylien karakteristieke, uit hertshoorn gesneden harpoenpunten gevonden werd, leert ons, hoe belangrijk de door de rendierjagers van het Magdalénien beoefende kunst, om dieren af te beelden als bezweringsmiddel, in den tijd der hertenjagers van het Asylien achteruitgegaan was. Vermoedelijk meenden deze laatsten krachtiger werkende toovermiddelen tot beheksen van het wild te bezitten, zoodat zij eene nauwkeurige afbeelding van het wild, dat zij wilden betooveren, nu niet meer noodig achtten. Afkomstig uit de op het Magdalénien rustende laag van het Asylien, uit de abris van Laugerie basse in de Dordogne (1/3 der nat. grootte).

was aangestoken, verdreef niet alleen alle des nachts rondwarende spoken, doch ook alle booze kwelgeesten, en speelde daarom bij offeranden een gewichtige rol. Onder het lispelen van tooverspreuken moest het door de toovenaars onder plechtig stilzwijgen van alle aanwezigen ontstoken worden, daar anders het doel der bijeenkomst, het verjagen der geesten, niet bereikt werd.

Sluiten