is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herhalende, geweldige klimaatschommelingen elke neiging tot een hoogere cultuurontwikkeling, alvorens tot rijpheid te komen, weder vernietigd werd. Eerst op een zekeren afstand van de vergletschering, daar waar eene belangrijke belemmering in de ontwikkeling niet meer mogelijk was, kon de kiem gelegd worden voor een geleidelijken

gelegen laagland, dat door een steeds zich uitbreidende bevloeiing en bebouwing het uitgangspunt werd voor iedere latere cultuur, heeft zich het blanke, donkerharige volk van Soemer en Akkad gevestigd en zich de &eerste veroveringen van een geordend, verzekerd bestaan verworven, toen de cultuurtrap overal elders op aarde nog oneindig ver bij deze ten achter stond. De dragers dezer cultuur, de oudste omtrent welke wij zekere

vooruitgang der cultuur, die door den invloed der koude begunstigd werd en die later, na den afloop van den laatsten ijstijd, zich ook over de noordelijke landstreken kon uitbreiden.

Fig. 122. Kop van een priestervorst uit het oude Soemer, afkomstig van een beeld, dat uit groenachtige doleriet, een grofkorrelige basaltsoort, vervaardigd is, en dat door de Sarzeo voor 20 jaar opgegraven werd in de voormalige stad Sipurla, in het Zuiden van Mesopotamië, daar waar nu Tello gelegen is. Deze kop, die zich tegenwoordig in het Musée du Louvre te Parijs bevindt en van omstreeks 3500 jaar vóór Chr. dagteekent, laat ons een man zien met een wegens het buitengewoon warme klimaat geheel kaalgeschoren schedel; slechts de kloek gebogen krachtige wenkbrauwen, die boven de neus schijnen samengegroeid, zijn gespaard. Voor het overige laat deze kop van een vertegenwoordiger van het oudste cultuurvolk der aarde ons een schoongevormden korthoofdigen vorm zien met groote, wijde oogen en regelmatige, volle trekken. (Bibliogr. Instituut).

I3e cultuurontwikkeling, die in Europa gedurende den na-ijstijd aangetroffen werd, moet in elk opzicht als een tak beschouwd worden der cultuur van Klein-Azië.

Het blanke ras heeft zich hier, toenmaals aan alle zijden door woestijnen ingesloten, waardoor een rassenvermenging verhinderd werd en het in een weinig vruchtbare landstreek geheel op zich zelf was aangewezen, door voortdurenden cultuurarbeid omhoog gewerkt. Hier, in

ö ö j '

Mesopotamië, het tusschen den Euphraat en den Tigris