Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewerkers hield van al wat onverklaarbaar was, hoofdzakelijk van al wat onheil bracht, zocht men in het vervolg door een steeds beter doorgevoerden eeredienst, die eindelijk tot een waren doodendienst voerde, gunstig te stemmen, door het lijk, dat voor hen de verblijfplaats van den geest bleef, met allerlei voorwerpen, die den geest konden verheugen en in goede luim zouden kunnen houden, te begraven.

De oudste begraafplaatsen waren de natuurlijk gevormde grotten. Toen de mensch op deze plaatsen niet meer wonen wilde, begroef hij, zijn natuurlijken drang om te behouden volgend, in deze onderaardsche woonkamers nog langen tijd zijne dooden. Zoo hebben wij in een vroeger hoofdstuk de uit den oud-neolithischen tijd dagteekenende graven nabij het „Schweizersbild" leeren kennen, die daar onder een vooruitspringende Jura-kalkrots, dicht nabij de oppervlakte, werden aangelegd, om de dooden met eenige zeer bescheiden sieraden op te nemen. Niet ver van daar heeft men in de grot aan den Dachsenbiiel gelijksoortige graven gevonden. Op deze plaats vond men op geringe diepte, een aantal menschengeraamten op den rug liggend, die door een kring van steenen omgeven waren en, wat merkwaardig is, voor een deel aan ware dwergen hebben toebehoord. De voorwerpen, welke men de lijken in het graf had medegegeven, waren, overeenkomstig het bescheiden bezit der menschen uit dien tijd, zeer eenvoudig. Behalve eenige kleine messen en schaven, uit vuursteen, vond men enkele doorboorde steenen en dierentanden, die aan pezen om den hals gedragen werden en stellig als amuletten dienst hebben gedaan. Doch ook

O o

sieraden werden toen reeds gedragen, want men haalde op dezelfde plaats een eenvoudigen halsketting voor den dag, die uit 25 kalkbuisjes van een, de Middellandsche Zee bewonenden paalworm, Teredo mediterranea, was samengesteld. Met zekerheid mag uit de tegenwoordigheid van deze overblijfselen worden afgeleid, dat deze oud-neolithische bewoners van den Boven-Rijn reeds zekere betrekkingen met de volken der landen om de Middellandsche Zee onderhouden moeten hebben en met hen

Sluiten