Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de Reusz, kwamen o. a., behalve meerdere afbeeldingen van honden, op uit klei gebakken lampjes, ook de beenderen en een schedel van den Molosserhond te voorschijn, die, met getemde afstammelingen van den inheemschen' wolf gekruist, tot den stamvader van onze tegenwoordige doggen, mastiffs en mopshonden, doch ook van de Newfoundlander en St. Bemardshonden is geworden.

In voorhistorische tijden heeft Europa ook de slanke windhonden niet gekend, wier opvallend korte beharing eenen oorsprong uit het warme Zuiden verraadt en wier sierlijke bouw, met sterk ontwikkelde borst en groote longen, gepaard aan een uitnemend oriënteeringsvermogen, bewijzen, dat de tropische steppe de oorspronkelijke woonstreek dezer dieren is, zooals zij het ook is van de op gelijke wijze gebouwde gazellen. Inderdaad hebben deze honden den sTanken en "hoogpootigen abyssinischen wolf, Canis simensis, tot stamvader, die ergens in het ethiopische gebied door den mensch getemd en reeds vroeg naar Egypte gebracht werd. Door de temming nog zoo "goed als niet veranderd, wordt hij hier reeds 3000 jaar v. Chr. als het lievelingsdier der oude Egyptenaren aangetroffen, toen hij voornamelijk voor de antilopenjacht gebruikt werd, waarvoor hij ook uitnemend geschikt was. Eerst in den aanvang der christelijke jaartelling verspreidde het dier zich over Noord-Afrika en het Iberische schiereiland naar Gallië en Helvetië en werden er door de Kelten de statige, krachtig gebouwde herders- en wolfshonden uit gefokt. Denzelfden weg uit Egypte naar Europa namen, omstreeks den zelfden tijd, de jachthonden met hangende ooren en de dashonden — vormen, die beide in het Nijldal uit windhonden geteeld werden. De korte, kromme pooten van den dashond zijn toch niets anders, dan door rachitis of engelsche ziekte vervormde ledematen van den windhond, welke ten slotte een door overerving standvastig geworden ras-kenmerk geworden zijn.

Een belangrijke rol speelde bij de duitsche stammen, reeds ten tijde der Romeinen, de „Leitihond", een eenigszins plomp gebouwde jachthond, die aan de lijn werd medegenomen, om met zijn voortreffelijk speurvermogen den

Sluiten