Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezegd, gold voor den voorhistorischen mensch het aan de moeder ontnomen jong, dat zij smartelijk miste, als liet Gode welgevalligste offer — men denke slechts aan Isaacs offering door Abraham en aan de vele kinderoffers, tot zelfs nog in den historischen tijd. Om nu zoodanig offer, dat ieder oogenblik noodig kon zijn, om de Godheid gunstig te stemmen, steeds bij de hand te hebben, hield men troepen wilde dieren, vooral geiten, die overal in bergachtige streken om de Middellandsche Zee voorkwamen en gemakkelijk te vangen waren, in heilige, omheinde ruimten bijeen. Dit dier, dat met elk voedsel tevreden was en zich gemakkelijk voortplantte, was als het ware geschapen om getemd te worden.

Oorspronkelijk werden de jongen, evenals de melk van zulke heilige dieren, in hachelijke oogenblikken, die hetzij de mensch afzonderlijk, hetzij orootere familiënvereenigingen doorleefden, aan de Godheid ten offer gebracht; terwijl later, op een meer rationalistisch oordeelenden trap der Godheidvereering, de offerenden zich het vleesch en de melk goed lieten smaken, het nuttigend ter eere van den God en den afval, zooals de oneetbare ingewanden,

1 • ^

als zinnebeeld van het geheel, ten offer brengend. Nog later ging bij het genot iedere godsdienstige bijgedachte verloren en werd dit tot een profane, alledaagsche handeling, waarbij men zich de vroegere heilige bedoeling niet meer bewust was.

Ook de geit, die wij bij de neolithische menschen van Europa in den tijd der paalwoningen aantreffen, is, als een geschenk der west-aziatische cultuur, waaraan deze menschen, om zoo te zeggen, alles te danken hadden, tot hen gekomen. In de bergstreken van West-Azië is de daar inheemsche bezoargeit, Capra aegagrus, vóór misschien 8000 jaren getemd en tot de stammoeder ook van de paalwoninggeiten geworden. Onder de oudste overblijfselen der paalbewoners komen — hierop legt L. R'ütimeyer reeds nadruk — beenderen van de geit veel talrijker voor, dan overblijfselen van het schaap, dat toch even gemakkelijk als huisdier te houden was, terwijl in de paalwoningen van jongere dagteekening juist het omge-

Sluiten