is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den rijden, evenals voor haar een echte schimmel in den stal alle kabouters den toepang verhindert.

De neolithische tijd heeft het paard, als huisdier, nog niet gekend. Eerst bij de paalbewoners van den bronstijd is het met de bronze werktuigen en talrijke andere bezittingen der cultuur uit Azië — eerst nog slechts in enkele exemp'aren — ingevoerd, om bij feestelijke ommegangen ter eere van den God, diens heilige beeltenis op tweewielige wagens te trekken. Kerst in den oudsten ijzertijd — naar het beroemde gravenveld boven Hallstatt, in Salzkammergut, de H a 11 s t a 11 p e r i o d e genoemd — is naast het slankgebouwde aziatische paard, dat nu in grooter aantal werd gefokt en ook tot profane doeleinden, tot vervoeren en rijden werd gebruikt, het zwaarder gebouwde, plompere,

europeesche wilde paard getemd en in dienst der menschen gesteld. Nog in de Romeinsche nederzettingen ten noorden der Alpen werden beide soorten in vrij groot aantal naast elkander gehouden en nu en dan ook met elkander gekruist.

Onze koudbloedige rassen

stammen van dit Europeesche wilde paard af. Deze werden in de middeleeuwen, dank zij den krachtigen lichaamsbouw, vooral gebruikt om de zwaar geharnaste ridders te draden, terwijl het slanke volbloed oostersche paard, welks edelste type het arabische paard vertegenwoordigt, des te vroeger en talrijker als getemd huisdier verschijnt, hoe meer wij ons naar het Oosten — zijn bakermat — wenden.

Reeds zeer vroeg kwam het tamme paard uit zijn vaderland, Midden-Azië, naar Mesopotamië, waar het in het noordelijk deel van het land, onder den naam „ezel van het Oosten", ongeveer 2000 jaar v. Chr. uit Iran en verder uit de uitgestrekte vlakten van Toeran naar Assyrië kwam. Op de latere assyrische gedenkteekenen en inschriften is het zóó dikwijls afgebeeld en wordt het zóó dikwijls genoemd, dat het reeds toen in Assur, voornamelijk

Fig. 137. Uit ahornhout gesneden scheplepel met omgebogen handvat, om het uit de hand glijden te verhinderen. Afkomstig uit den paalbouw van Robenhausen in het kanton Zurich. (2/9 der nat. grootte).