Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongetwijfeld haar vaderland. Slechts daar werd deze soort veelvuldig verbouwd en is zij als voedergewas van eenig belang geworden. Evenmin als de Grieken ten tijde van Homerus, hebben de oude Chineezen, de Babyloniërs en Egyptenaren de rogge en de haver gekend. Zelfs de Grieken van den klassieken tijd en de Romeinen hebben deze planten nog niet verbouwd. Deze beide voedergewassen, die tegenwoordig bij ons van zoo groote beteekenis zijn geworden, zijn, evenals de zooeven genoemde bloedgierst, in de oostelijke deelen van gematigd Europa door de Slaven aangeplant en veredeld geworden en wel in een tijd, toen de grieksche en romeinsche stammen van arischen afkomst, waartoe ook de Slaven behoorden, zich reeds van elkander gescheiden hadden en in het Zuiden van Europa afzonderlijke woonplaatsen hadden betrokken. Alleen de germaansche stammen, die langer dan genoemde stammen met de Slaven in aanraking bleven, leerden van dezen reeds vroeg den verbouw der beide nieuwe graansoorten. De haver, Avena sativa, stamt waarschijnlijk van de v 1 o g h a v e r, Avena f a t u a, af, die de Romeinen nog slechts als een nutteloos onkruid kenden. Als gekweekte vorm onderscheidt zij zich van den wilden stamvorm voornamelijk daardoor, dat de spil der aartjes niet meer zoo broos is en de vruchten daardoor niet zoo gemakkelijk afvallen. Deze veredeling werd door doelbewuste selectie bereikt. Tegenwoordig nog is de haver voornamelijk de broodvrucht der koude streken van het Noorden, evenals de rogge, Secale cereale, die het bij onze plattelandsbevolking gebruikelijke zwarte brood oplevert en wier stamvorm de Secale montanum is.

Naar de nauwkeurige onderzoekingen van Prof. Oswald Heer, te Ziirich, was in de neolithische nederzettingen der paalbevvoners de kleine paalwoning-tarwe, Tr i ti c u m v u 1gare antiquorum, de veelvuldigst verbouwde graanvrucht; deze tegenwoordig uitgestorven tarwesoort had zeer kleine korrels als bewijs voor de meening, dat deze plant nog zeer weinig door kunstmatige teeltkeus veredeld was. Daarnaast plantten de paalbewoners ook nog: de spelt of Tritic um dicoccum, de dwergtarwe of

Sluiten