is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

seriand en van Zuid-Duitschland nog tot op onzen tijd in gebruik geweest, en sedert nauwelijks meer dan een menschenleeftijd door de sierlijke, nieuwere boot meer en meer verdrongen. Eindelijk heeft men ook van inkervingen voorziene eikenstammen gevonden, die blijkbaar gediend hebben om uit de booten in de meerwoningen te klimmen, en die bij de paalbewoners van den lateren tijd door de doelmatiger houten ladders werden vervangen.

Zeer veel werd van hertshoorn en beenderen gebruik gemaakt, om allerlei werktuigen en gereedschappen te vervaardigen. Behalve handvatsels voor steenen bijlen en messen werden er allerlei dolken, priemen, naalden en platte, voor het doortrekken van een dierenpees onderaan doorboorde harpoenen om te visschen, later ook eenvoudige vischangels uit gemaakt.

Fig. 144. Geslepen steenen bijl, die nog in den zwaren houten steel bevestigd was. Uit den neolithischen paalbouw van Lüscherz in het Bielermeer, kanton Bern. (1 /6 der natuurlijke grootte). De steel is onderaan een weinig naar binnen gebogen, om het uit de hand glijden te verhinderen.

Evenals de vuursteenmessen en zagen voor een betere hanteering in houten handvatsels werden gestoken, stak men ook dikwijls de steenen bijlen in uitgeholde hertshoorntakken. Het gewone bevestigingsmiddel was hier niet de een of andere plantaardige harssoort, doch een minerale stof, het aardpek, dat wij gewoonlijk asphalt noemen. Deze stof is, gelijk bekend, een door zuurstofopname verdichte aardolie en treft men slechts op enkele plaatsen van Europa aan. De naastbijgelegen vindplaats van asphalt was voor de zwitsersche paalbewoners het Val de Travers in het kanton Neuchatel, waar het in enkele aderen of nesten den dichten kalksteen van de onderste krijtformatie doorsnijdt. Verder komt asphalt bij Lobsann in den Beneden-Elsasz voor, waar een weinig asphaltkalk met de