Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij dezen is de grafkamer, die eveneens met een grafheuvel bedekt is, veel grooter en diende als gemeenschappelijk graf, waarin talrijke dooden, wellicht een aanzienlijk hoofd met de vrouwen en krijgsgevangen slaven, die men bij de begrafenis gedood had om hem in het doodenrijk op te passen, liggend of later in hurkende houding langs de wanden werden bijgezet. De kelder is niet zelden 8 tot 10 M. lang, 2 tot 3 M. breed en 2.5 tot 3 M. hoog. Van de dolmens onderscheiden deze graven zich echter niet alleen door hunne aanzienlijke grootte, doch voornamelijk ook door een

uit net midden van een der langste zijden naar het Zuiden of Oosten loopenden gang, die 5 tot 6 M. lang, 0.5 tot 1 M breed en ongeveer 1 M. hoog is; deze is eveneens met dwars liggende steenen bedekt en werd aan het einde door een grooten rechtovereind staanden steen gesloten.

Deze gangvormige graven vertoonen een treffende overeenkomst met de winterwoningen der Eskimo's en andere in het hooge Noorden levende stammen, en het is zeker, dat de voorouders van de bouwmeesters dezer megalithische graven in den voortijd zelfs in zoodanige steen- of grondwoningen gewoond

hebben, die zij daarna, behoudend als de mensch vooral op het gebied der doodenvereering is, nog steeds voor de huisvesting hunner dooden hebben opgericht, toen zij beter bewoonbare houten hutten boven den grond hadden leeren bouwen.

Niet alleen in het west-baltische gebied treft men zulke dolmens aan, doch wij zien ze, doorgaans op geringen afstand, de kustlijn volgen en aan de mondingen der groote rivieren in westwaartsche richting zich uitstrekken, waar men ze in sommige deelen van het Zuiden van

Fig. 172. Doorsnede van den in de vorige figuur afgebeelden dolmen, waarvan de gearceerde steenen de wanden, van boven gezien, en de beide lijnen de omtrekken der twee nog bewaard gebleven deksteenen aanduiden. De grafkamer bestaat slechts uit een onbeduidende, aan één zijde aangebrachte verbreeding van den gang, waarvan minstens 2/3 ontbreekt. O/300 der nal. grootte).

Sluiten