Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorspronkelijke beteekenis niet meer gissen. Met de menschen, die hen vereerden en offers brachten, is ook in den loop der tijden hun eeredienst ten onder gegaan en spoorloos verdwenen.

Dat men deze voormalige fetischzuilen, deze menhirs, als de verblijfplaats van bizonder machtige geesten beschouwde, mag afgeleid worden uit de geweldige grootte, die men veelal aan deze afgodsbeelden gaf, om van hunne beteekenis, ook uiterlijk, een zinnebeeldige voorstelling te geven. Zoo vindt men bijv. aan de Noordkust van het oostelijk deel der Middellandsche Zee een dagreis

1 1 UT .... ' &

van ue uavenpiaais messma verwijderd, in een nu bijna boomlooze, bebouwde vlakte, een menhir opgesteld, die zich 9.6 M. boven den bodem verheft, 1,5 M. dik en tot 4.5 M. breed is. Het gewicht van de zichtbare steenmassa bedraagt volgens de berekening 150,000 K.G. Daar echter de monolith diep in den bodem begraven is, moet zijn gewicht veel grooter zijn. En niettegenstaande deze geweldige zwaarte hebben de dolmen-bouwers, die tot hiertoe zijn

/~1 ^« J_„ C a 9 1 . ••

uuuigcuiuugeii, aeu ieuscnsteen na zijne ruwe bewerking meerdere kilometers voortgesleept, om hem hier op te richten als machtig beeld van den beschermgeest, dien zij vereerden.

Wij behoeven echter niet zoover te gaan, om zeer groote menhirs te zien. De megalithische streken van Europa bieden ons zulke geweldige gedenkteekenen van een vroegeren eeredienst in genoegzaam aantal aan: Bretagne bijv., dat de talrijkste en indrukwekkendste overblijfselen van deze cultuur oplevert. Zoo is de tegenwoordig omgevallen en in drie groote stukken gebroken Menhir van Locmariaquer bij Morbihan, door de omwonenden de Manéar groach genoemd, meer dan 24 M. lang, bij een omvang van 6 M. en een gewicht van 200,000 K.G. De veel kleinere menhir van Champd o 1 e n t bij Dol (Ille-et-Vilaine) steekt 9 M. boven den

24*

Fig, 175. Geslepen steenen ring, die, aan het uiteinde van een stok bevestigd, als doodslager gebruikt werd. Afkomstig uit den megalithischentijd van Denemarken. (2/g der nat. grootte).

Sluiten