is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zorg dragend, dat hun lichaam, het stoffelijk omhulsel der ziel, van welks behoud het voortbestaan der ziel afhing, in een onvernietigbare en ontoegankelijke bergplaats van harden steen — het duurzaamste materiaal, dat te krijgen was — voor alle tijden, zooals zij meenden, opgeborgen bleef. Beide soorten van bouwwerken voor de doodenvereering opgericht, dagteekenen van een tijd, die omstreeks 3000 jaar v. Chr. een aanvang nam, nl. de groote pyramiden der toen in Memphis regeerende koningen van Egypte in het begin, de megalithische monumenten der Germanenvorsten van 2500 tot 2000 jaar vóór onze jaartelling.

De jongste vorm dezer megalitische steengroepeeringen is de cirkelvorm, volgens de Keltische benaming der bewoners van Bretagne gewoonlijk Cromlechs genoemd, van erom = rond en lech = steen, wat in onze taal dus cirkelvormige steengroepeeringen beteekent. Men verstaat hieronder cirkels van rechtop in den bodem geplaatste ruwe steenen, waarna de inwendige ruimte een weinig uitgegraven werd. Somtijds liggen meerdere kringen concentrisch om elkander. Volgens John Lubbock is de doorsnede dezer kringen juist 100 voet, zoodat dus bij de neolithische menschen de voet een natuurlijke, als van zelf sprekende afmeting en het getal honderd een bekende, gebruikelijke grootheid was. De groote kringen van steenen zijn evenwel belangrijk grooter dan deze gemiddelde maat van 100 voet of 33.3 M. Zoo bestond de samengestelde kring van Avebury, in het Zuiden van Engeland, uit drie binnen elkander liggende ringen van tezamen 650 groote steenen, van welke de uit 30 rechtopstaande monolithen samengestelde hoofdring een omtrek van 400 M. had. De beide binnenste kringen bestonden elk uit 12, door gelijke tusschenruimten gescheiden steenen. Deze getallen herhalen zich bij andere dergelijke kringvormige steenrijen in het Zuiden van Engeland, die echter bijna allen in den loop der tijden verwoest zijn.

Zonder twijfel moeten deze steenkringen heilige ruimten omsloten hebben, waar nu niet meer aan geesten van lageren rang geofferd werd, doch waar men