Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gestegen cultuur steeds verder naar het Westen en Zuiden uitgebreid. Uit voorbijgaande rooftochten — op gelijke wijze alsdie der latere Wikingen, die hetzelfde onder hunne zeekoningen volvoerden — kwamen veroverings- en kolonisatietochten voort, en zoo werd langzamerhand niet alleen geheel Noord-Duitschland, Nederland, bijna geheel Frankrijk, de Zuid- en Westkust van Engeland, deelen van Zuid-Schotland, geheel Ierland, de Noord-, West- en Zuidkust van Spanje, doch ook de geheele Noordkust van Afrika, van de kusten van den Atlantischen Oceaan af tot aan de kleine Syrte, tot diep het land in, door dit uit het Noorden komende

1 ig. met veel smaak uit vuursteen gehakte dolk met handvatsel en voorzien

van zeer fijne retouchen; afkomstig van de megalithische bewoners uit den laatneolithischen tijd van Denemarken. (l/3 der nat. grootte).

volk der dolmen-bouwers veroverd en bevolkt. En waar zij ook vasten voet zetten, overal hebben zij de ondergebrachte volken gedwongen, voor hen, de meesters, de dolmens als begraafplaatsen en de menhirs voor hun eeredienst op te richten. Evenals het heer en dienst was, die duizenden krijgsgevangenen en arme boeren dwong, de pyramiden als onvergankelijke grafkamers voor hunne Pharaonen te bouwen, zoo werden ook honderden lijfeigenen genoodzaakt, om voor de Germanen, die op schepen uit het Noorden gekomen waren en met het zwaard zich de heerschappij hadden verworven, de dolmens en de menhirs op te richten, in welke laatsten zij hunne tot goden verheven geesten van afgestorvenen vereerden.

Overal waar megalithische gedenkteekenen worden aangetroffen, getuigen zij van de vroegere heerschappij eener laat-neolithische germaansche cultuur, die evenwel de onderworpenen in zich opnam, zoodat deze langzamerhand niet alleen de beschaving hunner meesters overnamen, doch haar ook somtijds zelfstandig verder ontwikkelden. Vooral deed dit de aan de Germanen nauw verwante stam der

Sluiten