is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IX.

De ontwikkeling der geestelijke cultuur aan het einde van den steentyd.

Niet in een rechte lijn is de cultuurontwikkeling van den mensch verloopen, totdat ten slotte het einde van den steentijd bereikt was en door de vervaardiging van werktuigen en wapens uit hard, blank metaal, nieuwe, veel beloovende banen werden ingeslagen, die hem tot een onverwachte hoogte opvoerden! Door talrijke, lang aanhoudende tijden van cultuurstilstand, ja zelfs van voorbijgaanden terugang, zien wij hem, den dierlijk ruwen wilde, die zijns gelijke gretig verslindt, zonder schade voor zijn bestaan den ijstijd trotseeren, en stap voor stap vorderingen maken, zoowel ten opzichte der stoffelijke als der geestelijke cultuuraanwinsten, die wij in de voorafgaande bladzijden hebben leeren kennen.

('neindig moeielijk en ingewikkeld was, zooals ons bleek, den weg, dien de tertiaire aapmensch in zijn voortdurenden strijd om het bestaan onder de kwellingen der vier- tot vijfmaal terugkeerende ijstijden in den loop van vele honderd duizenden jaren aflegde, voor hij zich van dier tot heer over de dieren, tot mensch ontwikkelde.

Als een brutum, als een woest dier, zien wij hem den ijstijd ingaan, zonder eenigerlei kleeding, die hij inderdaad, zoolang het klimaat in Europa warm bleef, ook niet behoefde, zonder kennis van het vuur, dat hij om dezelfde reden niet noodig had, zonder eenig cultuurbezit en zonder zich tot hoogere familiegroepeeringen nog vereenigd te hebben.

Een van nature zóó weerloos schepsel als de mensch moest door zijn verstand datgene trachten te bereiken,