Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat hij door lichamelijke kracht niet vermocht *). Door zich met zijn soortgenooten te vereenigen, waartoe zijn neiging tot gezellig samenleven hem als van zelf bracht, overwon hij de aanvallen der schrikaanjagende wilde dieren zijner omgeving, want hij brak takken af en verlengde daardoor zijn arm en raapte ruwe steenen 2) op en vermeerderde daardoor de kracht zijner vuisten.

De ingeboren neiging tot gezelligheid, die hem als afstammeling van een hoog ontwikkelde, sociaal aangelegde aapsoort van alle andere menschapen onderscheidde, heeft hem zijne ontwikkeling tot het menschdom gemakkelijk gemaakt, ja hem daartoe eigenlijk eerst in staat gesteld; want, gelijk reeds Charles Darwin, de grootste natuuronderzoeker van de vorige eeuw, terecht opmerkt, konden in kleine familiën afgezonderd in het bosch levende apen, al waren zij geestelijk ook nog zoo hoog ontwikkeld, zich niet tot hoogere wezens ontwikkelen. Door hunne afzondering was hen de mogelijkheid ontnomen, allerlei ervaringen uit te wisselen en aldus, steeds nieuws leerend, van tak tot tak de steil naar boven voerende ladder der menschwording op te klimmen.

De eerste menschenvereenigingen waren slechts een verder-ontwikkeling van de gezellige vereenigingen en tot wederzijdsche veiligheid gesloten verbintenissen, die het eigenlijke levenselement van alle hoogere dieren vormen.

1) Dat zelfs de eenvoudigste natuurmensch dit begrijpt, kan een der door Stanley om het kampvuur verzamelde negervertellingen (Mijne zwarte metgezellen en hunne zonderlinge verhalen. Naar het Engelsch door Mevr. Joh. Dyserinck. Haarlem, Erven Loosjes 1S94) ons leeren: „O, mijne vrienden", zeide toen Safeni tot zijn metgezellen, nadat Kadu zijne vertelling geëindigd had, „daar is geen twijfel aan, de slimheid van een menschenkind wint het van het sterkste dier, en het is maar goed voor ons, Mashallah! dat het zoo is, want indien de olifant en de leeuw of de gorilla de slimheid hadden, evenredig aan hunne krachten, wat zou er dan van ons worden." Noot v. d. bew.

2) Eenige geologen van naam hebben in den laatsten tijd een ontstaan langs natuurlijken weg van vele, ja sommige zelfs van alle e o 1 i e t e n , zooals men de ruwe onbehakte steenen werktuigen van den primitieven mensch heeft genoemd (zie blz. 21), trachten te verdedigen. Verwonderen doet dit niet, want de vorm, die bij de steenen werktuigen uit jongere tijdperken van de geschiedenis der menschheid dadelijk in het oog valt, komt bij de eolieten, die slechts te herkennen zijn aan een bepaalde afslijting van oorspronkelijk scherpe kanten, niet in aanmerking. Voor ons is deze strijd echter van weinig beteekenis, daar uit de evolutie, die wij het steenen werktuig van den prehistorischen mensch in den loop der tijden hebben zien maken, het e o 1 i e t e n-s tadium als uitgangspunt van alle latere vormen niet geloochend kan worden. Noot v. d. bew.

Sluiten