is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijken cultuur- en ontwikkelingstrap dachten evenals zij.

Met den eersten aanbouw van planten, waartoe eene verstandige vrouw door de steeds op voorzorgen bedachte moederliefde gebracht werd — zelfs waar deze slechts door rondtrekkende horden nabij het zomerkampement uiterst bescheiden werd uitgeoefend — was de eerste kiem gelegd tot alle toekomstige vorderingen van de ontwikkeling der menschheid. Niet alleen hield de mensch van dien tijd op, in den wild- en worteltuin der natuur van den luim van het oogenblik en van het toeval van den dag af te hangen, ook zijn toekomst werd nu hoe langer hoe zekerder, en steeds minder van den twijfelachtigen uitslag der jacht afhankelijk. Deze vreedzame arbeid der vrouw, die haar in de familiegemeenschap macht gaf, voerde haar eerder tot een hoogeren cultuurtrap dan de man, die langen tijd slechts als een geduldig aanhangsel van de moeder en hare familie werd beschouwd; want in de huishouding, die de vrouw met hare kinderen voerde, was de man niet meer dan een soort kostganger, die ter wille van de gunst, om van de plantenspijzen te mogen eten, op zijn minst van den opbrengst der jacht had bij te dragen.

Naarmate in de huishouding der primitieve menschen de tot een meer verzekerd bestaan voerende plantenkost de onzekere en opwindende vleeschvoeding verdrong, bond de mensch zich niet alleen aan vaste woonplaatsen, doch hij werd ook vreedzamer, in één woord men schel ijker gezind. De man, die zijne krachten niet meer uitsluitend voor de inspanning der jacht behoefde aan te wenden, hield tijd en moeite over, om over verbeteringen in zijne levensomstandigheden na te denken en er naar te streven, door technische volmaking zijner werktuigen en wapens, zijn plaats in de door de moeder bestuurde familie te verheffen en te verbeteren. En waar hij voor ontbering gevrijwaard werd door den plantenkost, waarvan de vrouw hem in steeds grooter hoeveelheid voorzag, was het hem tevens mogelijk de eene vordering na de andere te maken, totdat hij zich ten slotte dat standpunt in de familie had verworven, hetwelk de vrouw vroeger had ingenomen. Op deze wijze