Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zand doen, en de Boschjesmannen en Australiërs tegen de wanden van grotten, waarin zij tijdelijk een toevlucht nemen, of ook wel aan den binnenkant van huiden op steenen en op boombast — is niet voortgesproten uit een of andere artistieke neiging, doch beoogt eveneens slechts een bepaalde tooverwerking, heeft dus een praktisch doel. Men wil daardoor de dieren, op welke men jacht maakt, door tooverij in zijn macht brengen, want volgens het algemeen geloof bij primitieve v o 'en rengt elke nabootsing van een of ander voorwerp dit laatste in de macht des teekenaars of van den eigenaar der nabootsing, en is de tooverwerking des te krachtiger, naarmate de nabootsing nauw, ƒ u !| e.r '„s; mammoet- en rendierjagers van den Magdalenientijd gaven zich bij de uitoefening van dit ook door hen gevolgd gebruik buitengewoon veel moeite, om hunne jachtdieren zoo getrouw mogelijk, met al hunne kenschetsende eigenschappen op de meest verschillende plaatsen en voorwerpen te teekenen en in te snijden en zijn daardoor, zooals wij vroeger gezien hebben (zie blz. Ï 31 13^)i niettegenstaande hunnen lagen cultuurtrap zulke uitmuntende dierenteekenaars geworden. De ontwikkeling hunner bewonderenswaardige realistiek was in het o-eheel geen kunstuitoefening in onze beteekenis, doch had ten doel, zich door bezwering de met zooveel zorg afgebeelde dieren in bezit te krijgen; slechts dat was hun streven en daarom lieten zij alles weg, wat er niet bij behoorde.

Deze tooverwerking door een zoo getrouw mogelijke lichamelijke nabootsing heeft langen tijd in de geschiedenis der menschheid nagewerkt. Nog de oude Egyptenaren beijverden zich om die reden alleen, de zoo volmaakt natuurlijke beelden der afgestorvenen in hunne grafkamers op te stellen, opdat de zielen des te zekerder in deze zouden overgaan en er hun zetel zouden opslaan. Toen men later in het bezit meende te zijn van tooverformules, die uit zich zelf reeds krachtig genoeg schenen, om dit te bereiken zonder de trekken van het gezicht getrouw weer te geven, ging het realisme dezer kunst van het zoogenaamde Oude Rijk — die met den eeredienst der dooden

Sluiten