Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet alleen den geest van den doode, dien men öf nog in liet lijk óf ten minste in de nabijheid waant, van&de groote droefheid der achtergeblevenen overtuigen, doch bovendien de van den doode uitgaande doodende tooverkracht verdrijven.

Het geloof aan de directe afwering van ziekte en dood door den levenaanbrengenden, in zekeren zin desinfecteerenden adem, wordt treffend aangetoond door de handelwijze van talrijke tegenwoordig nog levende steentijdmenschen. De in afgelegen oerwoudgebieden van Brazilië wonende Bororó's blazen bijv. aan alle zijden tegen de door hen op de jacht gedoode dieren en visschen aan, ten einde de doodelijke tooverkracht, die van het doode dier uitgaat en welke ieder, die het dier nadert, zou kunnen treffen, door het krachtigste tegenmiddel, den eigen adem, op te heffen. Bovendien houden deze stammen zeer strenoaan den door de zeden geheiligden regel vast, dat niemand het wild braadt, dat hij zelf heeft neergeveld, doch het aan een zijner stamgenooten geeft om het te braden. Om zooveel mogelijk voor iedere tooverwerking van den dood bewaard te blijven, wil vooral diegene, die er het meest door bedreigd schijnt, zoo min mogelijk met het lijk van het door hem gedoode dier te maken hebben.

Ook in het speeksel moet, volgens het geloof op lagen cultuurtrap, een middel tegen tooverij en daardoor een krachtig geneesmiddel verborgen zijn. Het aanblazen en aanspugen is een overal en dikwijls toegepaste

ik vroegtijdig gewekt door een akelig gejammer, dat uit een der nabij gelegen hutten tot mij kwam. Vlug verliet ik mijn hangmat op de mededeeling van David, dat een vrouw een in een verderop gelegen kamp overleden familielid beweende.

Daar de overledene ook tot de verwanten van den kapitein behoorde werd de gansche week in het kamp gedanst.

Ik vond de vrouw neergehurkt op een gevlochten mat, terwijl nevens haar een man in de hangmat lag. Met trillende stem riep zij, half zingende: „a d e d e, o! a dede o!" waarna zij begon te huilen, 0111 te vervolgen met: taki papa odi o! taki mama odio! taki a la soema odi o!" hetgeen beteekent: „hij is dood, hij is dood. Zeg papa goeden dag,' zeg mama goeden dag, zeg de geheele familie goeden dag."

De in de hangmat liggende man begeleidde het geweeklaag met zware zuchten die weinig natuurlijk schenen te zijn.

Lang duurde het gejammer niet en toen er genoeg geweeklaagd was stond de vrouw op en ging bedaard aan haar werk alsof er niets gebeurd was. '

(Noot v. d. Bew.)

Sluiten