is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus de broeder der moeder als de naaste mannelijke verwante en de beschermer der kinderen wordt beschouwd, of bij gebrek aan dezen een ander lid van de familiegemeenschap der vrouw. Als dus een man uit de woongemeenschap een vrouw uit de hertengemeenschap huwt, behooren de uit deze echtverbintenis voortgesproten kinderen tot de hertengemeenschap, want het bloed der moeder wordt ook nu nog als veel sterker dan dat van den vader beschouwd. )e gemeenschap plant zich dus door de moeder voort en neemt de kinderen aan der tot haar behoorende vrouwen. Aan den anderen kant voelen de mannen, ook al hebben zij vrouwen van de andere gemeenschap gehuwd, zich leden hunner eigen gemeenschap.

üerst op een lateren ontwikkelingstrap heeft eindelijk de familie, waarin de vader het hoofd was geworden, den invloed van de machtige, uit de oude moederrechtelij ke organisatie voortgekomen gemeenschap gebroken. Toch is er nog langen tijd toe noodig geweest, om de betrekking tusschen de kinderen en den broeder der moeder losser te maken en daarvoor in de plaats die tusschen vader en kind steeds nauwer te maken. Bij ons, cultuurmenschen is de oude matriarchale familieinrichting geheel en al veroren gegaan, doch bij alle lagere volkstammen is zij tegenwoordig nog onbeperkt blijven voortbestaan en zonder twijfel heeft zij ook nog bij onze neolithische voorvaderen gegolden, zoodat bij een twist tusschen de familiegemeenschappen de zoon somtijds zijn eigen vader bestreed, doch nooit de leden van een zelfde gemeenschap de wapenen tegen elkander opnamen.

De mannengezelschappen binnen de gemeenschap, die afzonderlijk in _ bepaalde gebouwen, afgescheiden van de vrouwen en kinderen — we zouden kunnen zeggen in clubs — bijeen woonden, vormden bij voorkeur geheime verbonden, die door allerlei toovenarij, zonderlinge vermommingen en wilde dansen de andere leden der gemeenschap, vooral de vrouwen en de kinderen, trachtten ang te maken en meestal een tiranniek gezasj over hen uitoefenden. In het bizonder leidden zij de plechtigheden bij de inwijding der knapen en jongelin-