Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weê der levenden, ons zeer begrijpelijk en natuurlijk toeschijnen. Daar de geheimzinnige geesten der afgestorvenen zoozeer zijn te vreezen, spreekt het vanzelf, dat men zich op alle mogelijke wijze tegen hunnen meestal schadelijken, minstens ongewenschten invloed zoekt te beschermen. Overal wanen de Eskimo's zich omgeven door gevaarlijke spokerij van geesten en zij zouden doodsangsten uitstaan, als men van hen zou willen vergen, des nachts hunne traanlampen uit te dooven. Zoo vertelt Nansen, dat, wanneer bij hen gebrek aan het allernoodzakelijkste voor het dagelijksch onderhoud heerscht, als het voornaamste teeken van droevige en slechte omstandigheden wordt aangevoerd: „denkt eens aan, de arme menschen hebben zelfs geen traan voor de lampen, zij moeten in donker slapen!" Dit is voor deze bijgeloovige menschen de grootste straf, die zij zich denken kunnen.

\\ anneer men door het binden der beenen, en als het kan nog door het innaaien van den doode in een zak, den geest van den afgestorvene, die men door al deze behandelingen vertoornd heeft, zooveel mogelijk onschadelijk heeft gemaakt, tracht men hem daardoor weder gunstig te stemmen, door het lijk, de natuurlijke woonplaats van den geest, ver van de nederzetting verwijderd, in een met mos of, als men rijker is, ook nog met dierenvellen bekleed graf neêr te leggen en dit met zoden en uitgegraven aarde te bedekken. De doode krijgt ook zijne wapens en andere gereedschappen voor de jacht mede, en, als het een man is, ook messen, als het een vrouw is, naaibenoodigdheden, opdat de geest er ook in den dood gebruik van zal kunnen maken en tevreden zal zijn. Begraaft men daarentegen een kind, dan doodt men een hond — den trouwen huisgenoot der Eskimo's, die hen op het land overal begeleidt en hen des winters in sleden trekt — en geeft het kind minstens den kop, den zetel der hondenziel, in het graf mede, opdat deze, als de meer ervarene en verstandige, de onbeholpen en onervaren ziel van het kind tegen alle gevaren zal beschermen, steeds tot hulp bereid zal zijn en deze eindelijk den weg naar de verre geestenwereld

Reiniiardt, De mensch in den ijstijd. 30

Sluiten