Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoodra het lijk door het daartoe in den wand der hut gebroken gat naar buiten gesleept is, moet ook de hut van de tooverij des doods gezuiverd worden; daartoe

Sitej Leen vrouw efn stuk Pijnhout aan, zwaait het branend heen ^ en weèr en roept meermalen achtereen dreigend uit: hier is niets meer te halen!

Door deze tooverspreuk, die nog versterkt wordt door e van de vlammen uitstralende zuiveringstooverkracht is de huiveringwekkende geest van den afgestorvene uit'de woning voor goed verdreven. Hij heeft er nu niets meer e zoeken al zijne bezittingen zijn uit de woning verwiierd en hem naar het geestenrijk medegegeven; hij zal dus verder de bewoners met rust laten! Vervolgens wordt zoo luid mogelijk, opdat de geest het zal hooren, de dooden klacht, „dat de doode niet toornig worde," aangeheven, en alle aanwezigen vallen zoo luid mogelijk in, ten bewijze dat zij aan den dood onschuldig zijn, ia veeleer daarover bedroefd zijn, daardoor vast vertrouwende, dat de geest hen verder goed gezind zal zijn.

hvenals alle primitieve volken stellen de Eskimo's zich alle natuurvoorwerpen als bezielde wezens voor. Niet alleen de mensch, doch ook alle dieren, planten, gereedschappen steenen, gletschers, beken, de zee, ja ook de lucht hebben hunne bizondere zielen, die, als alle geestelijke wezens, geluk of ongeluk aanbrengen, naargelang de mensch zich jegens hen gedraagt. Wanneer men dus aan den doode werktuigen, wapens en een kleedingstuk in het graf medegeeft, kan hij zich zeer goed van deze gra gesc ïenken bedienen ; want de zielen dezer voorwerpen gaan immers met hem mede naar het doodenrijk en staan daar ieder oogenblik tot zijne beschikking. Door het vergaan in het graf zijn ook hunne zielen vrij geworden, evenals door het verrotten van het menschelijk lichaam e menschelijke ziel zich geheel van het lichaam vrijmaakt en een geestelijk wezen wordt. Dan eerst kan de menschelijke geest de geesten dezer voorwerpen, die hem toebehooren, goed gebruiken en ze voor zijn doel in bezit nemen.

Al deze geestelijke wezens, deze zielen der menschen,

30*

Sluiten