is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenals van alle natuurvoorwerpen, noemt de Eskimo i n u a. Dit woord vertaalt men gewoonlijk met bezitter. Doch het duidt slechts het individueele i k aan; want het meervoud van dit woord : i n u i t beteekent w ij, d. i. wij menschen en deze aanduiding „wij", die den reizigers op de vraag naar den naam van dit volk gegeven werd, vertaalde men verkeerdelijk door „wij menschen" en daarom leest men tegenwoordig nog in de leerboeken: de Eskimo's noemen zich Inuit, hetgeen menschen beteekent.

\\ anneer de mensch honger heeft, dan is het knagende gevoel in zijn maagstreek de inua, die hem maant te gaan eten; als hij in den slaap de merkwaardigste dingen droomt, dan zijn het de ervaringen van zijn inua, die in den slaap voorbijgaand, doch bij den dood voor goed het lichaam verlaat en geheel afzonderlijk, individueel leven kan. lerwijl iedereen zijn eigen inua in zich voelt, kan niet iedere vreemdeling inuas zien of ontdekken. Daartoe zijn bizondere gaven of een bizondere gemoedsstemming noodig; men moet daarvoor, zooals wij zouden zeggen, een Zondagskind i) zijn. Alleen door tooverij kan men deze eigenschap, die de gewone menschen niet bezitten, verkrijgen, en door bepaalde handelingen, van welke wij vroeger uitvoerig hebben gesproken, kan zij langzamerhand tot een buitengewone hoogte opgevoerd worden. Menschen, die zich deze hoogste tooverkracht hebben verworven, worden door hunne stamgenooten als hoog boven hen verhevene, bijna almachtige en daarom zeer gevreesde individus beschouwd, met wie men op goeden voet moet zien te komen — het eerste en voornaamste gevolg van den drang tot zelfbehoud. Deze toovenaars, welke de Eskimo's angekoks noemen, zien de geesten, verkeeren met hen, ja, door zekere handelingen kunnen zij macht over hen verkrijgen en hen onder zekere omstandigheden volmaakt gedwee en dienstbaar maken.

Deze angekoks, die door hunne kennis een huivering-

1) Men noemt een Zondagskind een kind, dat op Zondag geboren is en dat, volgens het bijgeloof van vroegere dagen, geesten kon zien; in figuurlijken zin dus een gelukskind. Noot d ' l)ew_