Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het leven brengend, en aan de tot goden verhevene geesten

der afgestorvenen offers brengend aldus moeten wij

ons de neolithische bewoners van Europa voorstellen. Onder wilde afgoderijdansen, het gelaat bedekt met de afzichtelijkste maskers, als dez innebeelden van geesten van afgestorvenen of van totemdieren (zie blz. 411, 437 en 438), als symbolen hunner familiegemeenschappen, het naakte lichaam beschilderd met de bontste kleurenpatronen vierden zij hunne familieen stamfeesten of trokken zij uit hunne primitieve nederzettingen, hetzij om bloedwraak te nemen of om te rooven en te plunderen. Steeds waren deze menschen er op uit, geleid door tooverpriesters, die in hooge mate de kunst van bedriegen verstonden, tooverij en tegentooverij te plegen.

Welk een groote rol speelde niet het geloof aan tooverij nog bij onze germaansche voorvaderen, toen zij reeds lang door het volle licht der geschiedenis werden bestraald^! Niet slechts talrijke sagen en vertellingen, waaruit wij het volksgeloof leeren kennen, handelen ' over toovenaars en tooverij, doch ook in vele gebruiken en spreekwijzen in het dagelijksch leven spelen zij een groote rol. Een moeder zegt nog tegenwoordig tooverspreuken over het verdriet van haar weenend kind, wanneer zij het, met de handen streelend onder het neuriën van bekende rijmpjes, tot bedaren brengt. Met oude geloof aan geesten huldigt nog de vader, zonder het zelf te weten, wanneer hij de kinderschaar aan tafel aanmaant geen kliekjes over te laten, „opdat er mooi weêr moge komen". Het geloof, dat aan deze spreekwijze ten grondslag ligt, is dit, dat, wanneer men niet alles opeet en er kliekjes in huis overblijven, de hongerige geesten der afgestorvenen zullen komen, om er zich aan te goed te doen.

Wanneer tegenwoordig iemand gaapt, dan is het de gewoonte en behoort het tot een goede opvoeding, dat men de hand voor den mond brengt. Wij gelooven, dat wij dit doen, om het leelijke van den wijd geopenden mond te bedekken. Dit gebruik heeft echter een diepere beteekenis, die wij niet meer kennen, die wij echter bij menschen op lagen cultuurtrap te weten kunnen komen.

Sluiten