Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geesten en de Asen — nl. de door de Grieken met den naam van helden of geëerden aangeduide goddelijke zielen der voorvaderen — evenals de latere goden, naakt voor. Tegenwoordig nog leeft bij het volk algemeen het geloot voort, dat de naaktheid tooverkrachten verleent en dat de geesten of spoken een naakt inensch met rust laten.

Nog in den historischen tijd vierden onze germaansche voorvaderen vier hoofdfeesten, want na de invoering van het Christendom werd door een vernuftige berekening aan deze oud-heidensche feesten, die men niet kon afschaffen, een christelijke beteekenis gegeven. Deze feesten waren het voorjaars- en het herfstfeest en die van den zomer- en den winterzonnestilstand.

Het voorjaarsfeest werd, ter eere van de oudsachsische godin van het voorjaar, Ostara genoemd. Ostara, in het oud-germaansch austró, beteekent de vroeg opkomende zon aan den oostelijken hemel en is uit een taalhistorisch oogpunt met het latijnsche aurora, in het indisch usra, in het lithausch auszra, het morgenrood, verwant. Gedurende het feest van Ostara, dat na de invoering van het Christendom het feest der opstanding van den Heiland, tot het paaschfeest — Os terfes t in het duitsch — werd, vierde de Germaan, die gedurende den langen, strengen winter in nauwe, koude, van roet doortrokken hutten was opgesloten geweest, het aanbreken van het schoone, warme, zonnige jaargetijde, dat men bijna geheel op het vrije veld kon doorbrengen. Op den avond, die aan het paaschfeest voorafging, werden met de stukken wrijfhout de heilige paaschvuren, later walpurgisvuren genoemd, op de hoogten ontstoken. Dit waren oorspronkelijk reinigingsvuren, die de streek moesten zuiveren van alles, wat onheil en ziekte kon aanbrengen. Eerst later, toen men deze overoude beteekenis der vuren vergeten had, werden zij tot vreugdevuren.

Het herfstfeest werd als het feest der vreugde na het binnenbrengen van den oogst gevierd, bij welke gelegenheid varkens, die men met eikels uit het bosch had vetgemest, geslacht werden en ter eere van de zegenende godheden werden opgegeten; want men had niet genoeg

Sluiten