Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op welken dag men nog later te Rome het feest der Carna, der deurhengsels, vierde — bouwde men hutten van rijshout, die men met leem bestreek en van een dak van stroo of riet voorzag, en in wier midden men een haardplek aanlegde. Vervolgens werd koren gezaaid, ter vernieuwing van de inmiddels bijna opgebruikte proviand, en werd het nog overgebleven vee op de weide gedreven en tot voortplanting gebracht. Als de vestigingsplaats gunstig was, bleef men; als dit niet het geval was, brak men de volgende maand Maart weêr op, om een geschiktere woonplaats op te zoeken.

Op deze wijze zijn alle arische stammen noodgedrongen uitgeweken, om een overbevolking te verhinderen en hebben zij zich in vóórhistorischen tijd langzamerhand uit het Noorden van Europa, van waar zij afkomstig waren, over Zuid-Europa en West-Azië naar Iran en zelfs naar het Noorden van Indië verspreid, waarheen zij met de moedertaal ook hunne oude gebruiken en godsdienstige voorstellingen medenamen. En toen men niet meer rondzwierf, doch zich reeds lang blijvend gevestigd had, bewaarde men meer of minder trouw de herinnering aan deze periode van den vóórtijd. Zoo hadden de Romeinen, die op vaste woonplaatsen in Midden-Italië akkerbouw en veeteelt dreven, nog tot ver in den historischen tijd op den isten Maart hun campus martius, de bijeenkomst op het Marsveld, voor de oproeping tot den krijgsdienst, evenals ook de Franken nog onder Karei de Grootte hun Maartveld hadden, waarop zij zich tot den bevolen krijgstocht vereenigden. Op dezelfde wijze zijn de Kimbren en Teutonen en alle overige germaansche en gallische stammen op den isten Maart, voorzien van levensmiddelen voor drie maanden, opgebroken, om een nieuw, gelijk men hoopte, beter vaderland op te zoeken.

De herinnering aan de vuurjonkvrouwen van de trekkende menschenscharen van den voortijd vinden wij in historischen tijd bij de Romeinen nog bewaard in de priesteressen van V e s t a, de godin van het haardvuur, die het vuur harer meesteres moesten bewaren; en zelfs toen de oorspronkelijke beteekenenis en het doel geheel en al verloren was gegaan,

34 *

Sluiten