Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij, die een serre of broeikast bezitten, waarin zich planken tot het dragen der potplanten bevinden, kunnen de onderste gebruiken tot het aanleggen der champignonhoopen, zooals die op de rekjes worden aangelegd. In zulk een lokaal, dat goed tegen de zon en temperatuurverschillen moet beschut zijn, legt men hoopen aan van 45 cM. breedte aan de basis, 15 cM. op den top en 55 cM. hoog, in den vorm als de eerste teekening aangeeft. Deze hoopen moeten goed hard zijn, alle strootjes, die er aan de zijden mochten uitsteken, moeten zorgvuldig verwijderd worden, vóórdat de stukken broed er kruiselings (in 't verband) op 1 d.M. afstand van elkander in gebracht worden.

Nu bedekt men deze hoop met een 2 cM. dik laagje aarde, die bestaan moet uit goed verteerde bladaarde met een weinig kalk dooreen gemengd en houdt het verder door zachte begietingen vochtig.

Het kweeken van champignons in kuilen, dat van September tot April het best is uit te voeren, geeft zeer goede resultaten en is voor amateurs die een tuin bezitten een interessante cultuur.

Men graaft een kuil van 1 meter diepte en 2 meter breedte en werpt de hier uitkomende aarde ter weerszijden van het ontstane gat, waardoor een ruimte ontstaat waarin een man, ook al is liet bedekt, zich vrij kan bewegen. Het dak kan men op verschillende manieren maken, hetzij van stroo of van met zoden belegde takken, doch hoe dit ook moge geschieden men drage zorg, dat het minstens onder een. hoek van t\?intig graden staat opdat het regenwater goed kan wegvloeien en het binnen in niet kan lekken. Mocht het water toch naar binnen komen dan zorge men, dat het over het pad langs de hoopen kan wegzakken. Is de kuil nu tot kweekplaats in orde gebracht, dan wordt aan een der uiteinden een gat gemaakt, waarop twee bodemlooze tonnetjes geplaatst worden, die als luchtkokers dienst doen. Aan de andere zijde komt de deur.

Wanneer men meerdere dergelijke kweekplaatsen wil maken, moeten zij op eenigen afstand, minstens 2 meter,

Sluiten