Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARMILLARIA.

De naam Armillaria is afgeleid van het Latynsche woord armilla dat armband beteekent en wel naar aanleiding

A an haar ring. De soorten van dit geslacht onderscheiden zich van liet geslacht Lépiota door de plaatjes die aangehecht en ook wel afloopend voorkomen.

Verder zijn hoed en steel vast aan elkaar gehecht terwijl die bij het geslacht Lépiota gemakkelijk te scheiden zijn. De kleur der plaatjes is zeer verschillend, men treft grijze, witte en rose-achtige aan, bij oude exemplaren dikwijls roodachtige. De sporen zijn eivormig en glad. Het mycelinm dezer zwam is zeer verschillend. Het leeft in oude boomstronken doch ook in het bastweefsel der wortels van levende boomen en verbreidt zich in den stam tot eenige meters

Armillaria mellea.

hoog. Deze zwam is de oorzaak van het bekende lichtende hout. Het zijn toch de fijne draden van 't mycelinm die het merkwaardig lichten vertoonen. Het mycelinm dat zich op het hout der aangetaste boomen bevindt en er uit ziet als zwarte strengen, rhizomorphen genaamd, blijft niet alleen tusschen bast en hout, doch dringt daar in dooien doet dit in rotting overgaan; lichtend hout is dan ook altijd verrot of vermolmd.

De verwoesting beperkt zich niet tot den eenmaal aangetasten boom, maar door den grond gaan strengen heen die zich nestelen in wortels van omringende boomen. Vit die strengen komen de boven omschreven paddenstoelen, die veelal in groepen of zodevormend groeien en door het laten vallen der sporen de onderstaanden een beschimmeld

Sluiten