is toegevoegd aan uw favorieten.

De paddenstoelen van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Costantin beschouwt haar als dezelfde die door andere auteurs Tr. Striatum, albo-brunneum, ustale en suffocatum wordt genoemd.

Quélet schijnt ze als twee soorten te beschouwen, want „albo-brunneum' wordt door hem als eetbaar en „pessundatum" als giftig genoemd, het is dus voorzichtig deze zwam als verdacht te noteeren.

7. Tr. ustale (Fr.) afgeleid van uro of branden, naar de kleur van den hoed.

Syn. : Ag. leucophyllus-A. en S.

De vleezige hoed is aanvankelijk bol, later vlak en stomp, 6 a 10 cM. breed. De oppervlakte is glad, een weinig kleverig, rood of kastanjebruin, in het midden donkerbruin en zwak gestreept. De rand is aanvankelijk omgerold, dan glad en golvend.

De steel is 4 a 8 cM. lang, cylindrisch, iets buikig, bruinvlokkig, van boven witachtig.

De plaktjes staan dicht op elkaar, zijn zeer breed, eerst wit en worden door aanraking bruin gevlekt.

Deze zwam die niet algemeen voorkomt, groeit van September tot November in bosschen, is waardeloos en niet algemeen.

8. Tr. russula (Fr.)

Svn. : Ag. roseus-Schaeff, Ag. russula-Letel.

De aanvankelijk gegolfde hoed breidt zich later int en krijgt dan een trechtervorm. Zij wordt 6 a 10 cM. breed, is een weinig kleverig, met fijne rose schubbetjes bedekt en licht of donker rose gekleurd, naar den rand lichter wordend.

De steel is onderaan dikker, vleezig, gevuld, 2 a 6 cM. lang, wit en eveneens rood gevlekt.

De plaatjes zijn weinig talrijk, ongelijk, wit, ook wel rood gevlekt. Zij raken den steel.

De zwam is van September tot November in allerlei bosschen te vinden.

Het vleesch is stevig, wit of rose, riekt naar fruit, Zij is zeer smakelijk, maar zeldzaam.