is toegevoegd aan uw favorieten.

De paddenstoelen van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De steel is buigzaam, onbehaard, 4 a 6 cM. lang, tenger, gelijk, recht of flauw gebogen, gevuld, later hol, eenkleurig met den hoed maar donkerder, roodachtig en donzig van onderen, de top is licht berijpt.

De plaatjes zijn breed, vuilwit, weinig talrijk, aangegroeid en afloopend.

Het vleesch riekt evenals Cl. odora of viridis sterk naar anijs, is waterig, wit wanneer het droog is en smaakt aangenaam, de zwam is niet gezocht, doch wordt als kruiderij wel gebruikt.

Op beschaduwde plekken tusschen mos of in grasperken gedurende zomer en herfst, overal en voornamelijk onder dennen en sparreboomen te vinden.

25. Cl. obsoleta (Fr.) afgeleid van obsoletus of versleten, zinspelend op de weinig te herkennen kleur.

Syn. : Ag. sebaceus-Pers., Ag. mustellinus-Schum.

De hoed is weinig vleezig, eerst bol, bijna bultig, dan vlak en ingedrukt, zacht, glad, onbehaard, waterachtig, bleek loodkleurig of geelbruin met rooden tint in vochtigen staat, geel wit in drogen toestand, 2 a 3 cM. breed.

De steel is gevuld, later hol, buigzaam, dikwijls ineengedrongen, recht, bepoederd aan den top, dikwijls donzig van onderen, witachtig, soms roodachtig, 3 cM. lang.

De plaatjes zijn talrijk, breed, bijna halfrond, een weinig aangegroeid, witachtig.

Zwak naar anijs riekend, eetbaar.

Gedurende het najaar in dennenbosschen en langs wegen op zandigen bodem te vinden, niet algemeen.

26. Cl. tortilis (Fr.) afgeleid van tortillis of gekromd, tengevolge van den gebogen steel.

De hoed is vliezig, bol, dan vlak, het midden ingedrukt, onregelmatig, roodkleurig of roestkleurig met bruine streepen van uit het middenpunt, nauwelijks 1 cM. breed.

De steel is gedraaid, teer, roestkleurig, 1 cM. lang.

De plaatjes zijn dik, bolrond, aangegroeid, licht vleeschkleurig. Zij komt op beschaduwde plekken, langs wegen,