Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< ii glad, bleek rood, donkerder in het midden en somtijds met onduidelijke grijsachtige gordels versierd, 8 cM. ongeveer breed.

De steel is gevuld, onbehaard, cvlindrisch, eenkleurig met den hoed en 7 cM. lang.

De plaatjes zijn talrijk, wit, dan rossig niet een lichten purperen gloed, een weinig afloopend, gevorkt bij den steel.

Het vleesch is wit, stevig en evenals de melk zacht van smaak, volgens Gillet wordt zij in het zuiden van Frankrijk gegeten, men onthoude zich liever.

Zij komt van af Juli tot September in bosschen, meestal eenzaam en algemeen voor.

22. L. aurantiacus (Fr.) afgeleid van aurantium, n. a. der lioedkleur.

Syn. : hybridus-Scop.

De hoed is vleezig, vlak, genaveld, glad, zonder gordels, iets kleverig, mooi oranjekleurig, 2 a 5 cM. breed.

De steel is gevuld, onbehaard, eenkleurig met den hoed, - a .3 cM. lang, gekromd en onderaan dunner.

De plaatjes zijn talrijk, dun, lang afloopend, bijna oker-

kleurig.

Het \ leescli is wit, iets oranjeachtig onder de opperhuid ; c t melk is zacht, later scherp wordend. In het najaar vrij algemeen in bosschen.

23. L. rufus (.Scop.) afgeleid van rufus of rood, n. a. der hoedkleur.

Svn . Ag. rufus-F r., Ag. lactifluus necator-Pers.

De hoed is vleezig, bol, meer of minder bultig, dan ingedrukt en trechtervormig, maar toch in het midden een kleine verhevenheid behoudend, droog, eerst vlokkig zijdeachtig, weldra onbehaard, een weinig glimmend, bruin roodachtig, luit of donker kastanjekleurig met rossige tint, eindelijk \erbleekend, zonder gordels, met vlokkigen opgerolden rand in jeugdigen staat, dan vlak 5 a 11 cM. breed.

De steel is gevuld, stevig, bijna gelijk, iets lichter ge-

10

Sluiten