Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALLIOTA.

Syn. : Agaricus en Pratella.

De naam van dit geslacht is afgeleid van het Latijnsclie woord psallion dat ring beteekent.

\ an alle zwammen of paddenstoelen is dit geslacht voorzeker wel het meest bekend en uit een oeconomisch oogpunt liet belangrijkste daar de meeste soorten hiervan niet alleen als een heerlijk voedsel, een lekkernij gezocht worden, maar omdat het gelukt is ze kunstmatig te kweeken en tot een voornaam handelsproduct te maken.

De hoed is eerst bolrond, wordt

dan bol om eerst op later leeftijd Psaiiiota campestris.

zich uit te spreiden ; hij is vleezig,

wit, later bruingeel met zilveren gloed.

De steel is van een andere substantie dan den hoed, staat in het midden en is voorzien van een duurzamen, vliezigen ring.

De plaatjes zijn vrij, bij sommige soorten eerst roomkleurig, dan rose, lichtbruin, donker purperbruin en bijna zwart. De sporen zijn bruin-purperkleurig, eivormig en glad. Men vindt deze zwammen van Juni tot in het najaar in weiden, grazige plekken in bosschen en langs wegen ; behalve de soort „subgibbosus" waarover vreemde schrijvers zwijgen en „sylvatica waaromtrent de opinies verschillen, zijn alle in ons land voorkomende soorten eetbaar.

1. P. arvensis (Fr.) afgeleid van arerem of veld.

De hoed is vleezig, een weinig kegelvormig, dan klokvormig-bol, op het laatst vlak en uitgespreid, eerst wit, dan vuilwit of licht geelachtig, vlokkig-meelig in de eerste jeugd, vervolgens meer of minder onbehaard en droog,

Sluiten