Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19. C. ephemerus (Fr.) afgeleid van of niet langer

dan een dag durend.

Syn. : Ag. momentaceus-Bull.

De hoed is zeer dun, ei-, kegelvormig, dan klokvornug. op liet laatst uitgespreid, de rand gebarsten en naar boven omgekruld, stralig gevoord behalve aan den top, zijdeachtig grijs aschgrauw, het midden omhoog stekend en rossig, voor het bloote oog schijnbaar onbehaard doe h een weinig zemelachtig-korrelig, 1 cM. en meer breed.

De steel is cylindrisch, teer, pijpachtig, onbehaard, wit, steeds langer dan de hoedbreedte.

De plaatjes zijn lijnvormig, witachtig, dan bruin en zwart, staan uiteen.

Op bemesten grond, in tuinen, vooral na regens, in lente en herfst zodevormend voorkomend.

20. C. sociatus (Fr.) afgeleid van sociare of verbinden.

De hoed is zeer dun. eivormig, dan kegel-klokvormig,

op het laatst uitgespreid, de rand naar boven omgekruld, stralig geplooid, meelachtig op de zijden der voren, aschgrauw, dan bleek bruin, de bruine top wordt gena \ cld,

O "

2 a 3 cM. hoog.

De steel is bovenaan dunner,wit, onbehaard, 5 a 6 cM. lang.

De plaatjes zijn aangehecht, bijna buikig, achteraan smaller, zwartachtig aschgrauw dan zwartachtig-bruin.

Op vochtige plekken, in het gras gedurende lente en zomer te vinden en vrij algemeen voorkomend.

21. C. plicatilis (Fr.) afgeleid van plica of plooi.

Svn. : Ag. striatus-Bull.

De hoed is ovaal of stomp-eivormig, dan kegel-klokvormig, op het laatst uitgespreid en gespleten, bijna onbehaard, gevoord-geplooid, behalve middenin waar het glad is, breed, op het laatst ingedrukt, geel- dan roodachtig, overal verder wit aschgrauw, op het laatst geheel lichtbruin gewasschen, 1 a 2 cM. breed en hoog.

De steel is pijpachtig, naakt, onbehaard, wit of bleek, 2 a 8 cM. lang.

Sluiten