Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

344

DAEDALEA.

De vruchtlichamen zijn kurk-lederachtig, gehalveerdhoedvormig en zittend.

Het hymenium bedekt de binnenzijde van diepe, bochtige, doolhofachtige gangen.

Op hout groeiende en overblijvende soorten.

De naam is afgeleid van het Grieksche woord, SaiJiX;? of „op een wonderlijke wijze gedraaid .

1. D. unicolor (Fr.) afgeleid van unus of een en color of kleur.

Syn. : Boletus unicolor-Buil.

De hoeden zijn lederachtig, hard, stijf, een weinig bol, met ongelijke oppervlakte, harig, wit-aschgrauw, eenkleurig gegordeld, de jongste dikwijls een weinig roodachtig, gewoonlijk 3 a 4 cM. breed.

De gangen zijn grijs-witachtig, lichtbruin getint, doolhofachtig, ten laatste met scherpe en ingescheurde randen.

Deze soort groeit dakpansgewijs op oude stronken.

2. D. Oudemansii (Fr.) genaamd naar wijlen Prof. C. A. J. A. Oudemans.

De hoed is kurkachtig, lederachtig, min of meer gegordeld, fluweelachtig, grijs, onbehaard, bleeker aan den rand, inwendig wit. De gangen zijn smal en van getande randen voorzien.

Te Driebergen op een dennetak gevonden.

d. u. quercma ai-

geleidvan quercus of eik.

Syn.: Agaricus labyrinthiformis-Bull.

De hoed is kurkachtig, houtig, gehalveerdzittend, dik, met ongelijke oppervlakte, dikwijls hobbelig, zonder

Deadalea quercioa.

Sluiten