Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C. liet vruchtlichaam ligt achterover, de stekels zijn naar loven gericht, de steel ontbreekt. Op hout groeiende soorten.

22. H. viride (A. en S.) afgeleid van viridis of groen.

Het vruchtlichaam ligt uitgespreid achterover, is zeer

dun en groen gekleurd.

De stekels zijn eveneens groen, recht en vrij dik.

Op rottend hout, voornamelijk van elzen te vinden, doch zeldzaam.

23. H. farinaceum (P.) afgeleid van farina of meel.

Syn. : H. crustosum-Schum.

Het vruchtlichaam is uitgespreid, meelig, korstvormig, aan den omtrek een weinig vlokkig, wit- of geelachtig.

De stekels staan niet dicht opeen, zijn spits, zeer fijn, niet gezaagd of getand.

Op dood hout voorkomend, doch niet algemeen.

24. H. argutum (Fr.) afgeleid van argutus of scherp.

Syn. : H. byssinum-Schr.

Het vruchtlichaam is uitgespreid, zeer dun, viltig, wit, met harigen omtrek.

De stekels zijn ongelijk, kort, getand, gezaagd, witachtig, op het laatst okerkleurig.

Op oude stronken van berkehout, in winter en lente te vinden, maar zeldzaam.

25. H. membranaceum (Bull.)

Het vruchtlichaam is uitgespreid, dun, onregelmatig, wasachtig, onbehaard, geel-vaalrood of roestbruin.

De stekels zijn talrijk, gelijk, scherp, roestbruin.

In den herfst op afgevallen takken, vooral die van eiken te vinden.

26. H. fusco-atrum (Fr.).

Het vruchtlichaam is korstig, dun, grijs-groen, vlokkig, berijpt, kaal, roestkleurig, jong zijnde met blauwen vezeligen rand.

Sluiten