Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. S. membranaceum (Oud.) afgeleid van membrana of vliezig.

Het vruchtlichaam is gehalveerd, vliezig, neer gebogen, sneeuwwit, eerst vlokkig, later naakt, behalve aan den rand, 2 cM. lang. De plaatvorniige tanden zijn wasachtig, door verdroging bijna vervloeid of tot plooien teruggegaan.

Komt op mossen en rottende bladeren voor, doch is niet algemeen.

IRPEX.

De naam is afgeleid van irpex of hark.

Deze zwammen zijn zeer verschillend van gedaante, zij komen hoefvormig. teruggebogen, uitgespreid, lederachtig en korstig voor, zijn voorzien van harde, spitse tanden en leven op rottend hout. De sporen zijn eivormig, cylindrisch.

De schrijver X. PatouillaRD rangschikt ze onder de Polyporaceeën.

1. I. fusco-violaceus (Schrad.) afgeleid van fuscus of bruin en violaceus of violet.

Het vruchtlichaam is uitgespreid, teruggebogen, lederachtig, met golvenden of gelobden rand, met een door enkele zwartachtige strepen gegordelde oppervlakte, wasachtig, witachtig-grijs, soms met een zeegroene tint, viltig of zijdeharig.

De stekels zijn violet-bruin, aan de punt ingesneden en in rijen met elkander vergroeid.

De hoedjes groeien meestal dakpansgewijs over elkander op rottend dennenhout en komen in voorjaar en herfst algemeen voor.

2. I. candidus (Weinm.) afgeleid van candidus of wit.

Het vruchtlichaam is aangegroeid, dun, wit met een

byssusachtigen omtrek.

De stekels zijn in rijen, saamgedrukt, ongelijk, ingesneden, bleek.