Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het vruchtlichaam is kraakbeenachtig, vliezig, klevend, dan los behalve in het midden, ingerold, onderaan kaal en zwart wordend.

Het hymenium is vleeschkleurig violet, niet berijpt maar glad.

Op hout en schors, vooral van eiken te vinden, in najaar en winter algemeen voorkomend.

16. C. cinereum (Pers.) afgeleid van cinis of asch.

Syn. : Peniophora cinerea-Cooke.

Het vruchtlichaam is eerst wasachtig, dan stijf, te saamvloeiend en vuilbruin.

Het hymenium is aschgrauw, licht berijpt, dun.

Op takken en schors van allerlei boomen te vinden en algemeen.

17. C. amorphum (Pers.) afgeleid van i of zonder en nopfy of vorm.

Het vruchtlichaam is eerst bekervormig, dan uitgespreid, meest samenvloeiend, wit, en viltig.

Het hymenium is glad, wit.

Op naaldhout voorkomend.

HYPOCHNUS.

De door mij geraadpleegde Fransche en Duitsche schrijvers rangschikken de hieronder te behandelen soorten onder het geslacht Corticium.

1. H. sambuci (P.) afgeleid van sambucus of vlierboom.

Het vruchtlichaam is uitgespreid, bijna ingegroeid, het vormt een witten korst zonder bepaalden omtrek en omsluit soms geheele takken en stammen.

Het hymenium is eveneens wit, vlokkig, viltig.

Voornamelijk op den Vlierboom (Sambucus nigra) voorkomend en algemeen in zomer en herfst.