Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ASCOMYCETEN OF ASCUSZWAMMEN.

Zooals in het begin van dit werk reeds gezegd is, ontwikkelen de sporen dezer zwammen zich in sporebuizen, zakken of asci die zich aan den top openen wanneer deze rijp zijn en ze dan wegspuiten.

Die sporen (ascosporen) zijn een, twee of meercellig en al naar het geslacht van verschillenden vorm en kleur als kogelrond of ellipsvormig, ook vindt men ze als staafjes en draden. Over het algemeen zijn het kleine zwammen die alleen door het microscoop kunnen worden waargenomen ; bij de eenvoudigste vormen is van een eigenlijk vruchtlichaam geen sprake. De meesten leven parasitisch in en op planten en bereiken gewoonlijk na het sterven van het door hen bewoonde plantendeel het hoogste punt hunner ontwikkeling.

Volledigheidshalve zijn in het begin van dit werk de verschillende groepen waarin de Ascomyceten verdeeld worden vermeld, doch daar hier te lande enkel die der onderafdeelingen Discomyceten en Pyrenomyceten een hooger vruchtlichaam hebben, komen deze alleen voor dit boek in aanmerking.

DISCOMYCETEN OF SCHIJFZWAMMEN.

Onder de Ascomyceten hebben alleen de Discomyceten een ontwikkeld vruchtlichaam, waarop het sporebed voorkomt.

Dit sporebed bestaat uit dicht naast elkander, recht opstaande, meest knotsvormige sporezakken die dikwijls

Sluiten