is toegevoegd aan uw favorieten.

De paddenstoelen van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met paraphysen vermengd zijn. Dit sporebed ligt vrij en niet, zooals bij de meeste andere ascomyceten in een gesloten vruchtje, het zoogenaamde perithecium, doch op een uitgespreide discus of schijf.

Na de ontwikkeling der sporen strekken zich die sporezakken over de oppervlakte van het sporebed en scheuren door den druk, van het daarin opgesloten waterachtige vocht aan den top open, zoodat de sporen worden weggespoten; hun aantal is dikwijls zoo groot dat het op

een stofwolk gelijkt.

Een gelijktijdige lediging der sporezakken heeft echter zelden plaats, meestal worden zij na elkander rijp.

De vruchtlichamen zijn zeer verschillend van gedaante, men vindt er knots-, schotel- of bekervormige, eerst zijn zij gesloten en later wijd geopend. Het sporebed bevindt zich op de schijfvormige binnenwand of is aan de bo\ envlakte van het vruchtlichaam gelegen.

Met het oog op de overeenkomst van enkele geslachten met die der Basidiomyceten en het gebruik van enkele soorten als voedsel, zullen alleen de families der 1 ezizazeeën en Helvellaceeën hier besproken worden.

PEZIZACEEEN of BEKERZWAMMEN.

De vruchtlichamen dezer fungi zijn eerst gesloten, breiden zich daarna min of meer beker- of komvormig uit, zijn zittend of gesteeld, van een vleesch- was- of lederachtige

substantie. . .

De geheele binnenvlakte van de kom is met asci bezet.

Zij leven op hout, schors en aan plantenstengels alsook

op den grond.

Vergiftige soorten komen hier niet onder voor, enkele der grootere worden gegeten, verschillende zijn schadelijk voor de boschcultuur.

RHIZINA.

Het vruchtlichaam is ongesteeld, open, van onderen hol, golvend gebogen, opgeblazen en ligt vormeloos en korst-