Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sleutel tot het bepalen der families van de Basidiomyceten.

1. Zwammen die tegen den onderkant van den

hoed straalswtfs plaatjes of lamellen vertoonen Agaricaceeën.

2. Zwammen die aan den onderkant van den hoed,

die op een kussen of op een korst gelijkt, van

gaatjes of poriën voorzien zijn. Polyporaceeën.

3. Zwammen die betz\j aan den onderkant van den

hoed, op een korst of vleezige massa, stekels,

tepels of wratjes vertoonen. Hydnaceeën.

4. Schelp-, korst-, beker- of trechtervormige zwammen

van een hout-, was-, leder- of vliesachtige zelfstandigheid. Thelephoraceeën.

5. Zwammen die gelijken op zuilen, knotsen of

koralen. Clavariaceeën.

6. Zachte, geleiachtige, trillende, onregelmatig ge¬

vormde massa's. Tremellaceeën.

7. Zwammen van anderen vorm, van een volva

voorzien en walglijk riekend. Phallaceeën.

8. Kleine, leerachtige, kogelronde of bekervormige

zwammen, zonder volva. Nlrlulariaceeën.

9. Zwammen die op eieren of ballen gelijken. Lycoperdaceeën. 10. Vleezige, onderaardsche, op aardappels gelijkende

zwammen. Hymenogastraceeëiu

Sleutel tot het bepalen der geslachten van de Basidiomyceten.

Om hiertoe te geraken wordt allereerst de kleur der sporen onderzocht hetwelk geschiedt als op pag. 8 omschreven is.

Deze kunnen zijn:

Kleurloos of wit, bleekgeel en roseachtig. Leucosporeeën of witsporigen.

Wanneer men de kleur gevonden heeft, stelt men zich de verschillende vragen die onder bovengenoemde hoofden gedaan worden om daardoor het geslacht te ontdekken.

Agaricaceeën of Plaatzicammen.

Rose of zalmkleurig. Okerkleurig of geelbruin. Purperbruin of zwart.

Rhodosporeeën of rose. porigen. Ochrosporeeën of bruinsporigen. Melanosporeeën of zwartsporigen.

Sluiten