Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kr is evenwel meer: mijns inziens bestaat er zelfs niet zulk een direkt verband als Jonkers opgeeft. Om dat duidelijk te maken heb ik drie curven geconstrueerd : ie van NoordBrabant, waar zooals we later zullen zien, mag aangenomen worden, dat 't N. M. nog weinig is doorgedrongen; 2« van Nederland, om een gemiddeld te hebben van 't geheele rijk; y van N. Holland, omdat mag aangenomen worden, dat, onder invloed van de wereldstad Amsterdam, in deze 't meest van alle provincies aan gezinsbeperking zal gedaan worden.

De getrokken lijn geeft aan: 't aantal wettige geboorten per jaar op iooo gehuwde vrouwen beneden den leeftijd van -*o .iaar gedurende de tijdvakken in de kolommen aangegeven. De stippellijn geeft aan: 't aantal overledenen beneden t jaar op 1000 levend geborenen per jaar in de gemelde perioden.

Om de curven overzichtelijker te maken is het uitgangspunt voor beide verschillend genomen: voor de stippellijn — 140; voor de streeplijn = 240. Overigens zijn de lijnen volgens gelijke verhoudingen geconstrueerd (zie hiernevens).

Wat zien we nu in N. Brabant?

De sterftelijn bereikt haar hoogtepunt 5 jaar nadat de vruchtbaarhcidslij 11 haar eerste culminatiepunt heeft. Terwijl later de vruchtbaarheid gelijk blijft, daalt de sterftelijn vrij sterk en blijft dalen ondanks 't stijgen der vruchtbaarheidslijn.

I11 Nederland daalt de sterftelijn reeds, terwijl de vruchtbaarheidslijn nog stijgt, eerst na 1880 zien we congruentie van beide lijnen.

In N. Holland stijgt aanvankelijk de sterftelijn, terwijl de vruchtbaarheid, zij 't ook weinig, afneemt. Daarna zien we vrij sterke daling der sterfte juist bij toenemende vruchtbaarheid, en eerst langzamerhand komt er congruentie tot stand.

Zonder positieve gegevens uit deze curven te willen halen, acht ik mij wel gerechtigd uit deze voorstelling te lezen, dat de grootere huwelijksvruchtbaarheid niet als zoodanig een factor is om de sterftekans der zuigelingen te verhoogen.

Sluiten