Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in i!e volksklassen, waar lichamelijke arbeid 't meest voorkomt. Een maat aan te geven voor de daaruit voortvloeiende ellende is eenvoudig ondoenlijk. Ons medici drukt ze als een nachtmerrie; de naam van volksgeescl is niet te erg.

Statistiek is in deze materie moeilijk te verkrijgen, immers het komt er op aan niet alleen te weten, in hoeveel gevallen tuberculose voorkwam bij de voorouders, maar ook in hoeveel gevallen ze bij de afstammelingen voorkomt; enkele gegevens bestaan daaromtrent. Zoo b.v. een statistiek van Leudet over een praktijk van 45 jaar, waarbij in 143 families met 1485 personen 50 pCt. herediteit werd waargenomen '). Ook in ons land zijn dergelijke waarnemingen gedaan. Dr. T. Folmer Reddingius spreekt als ervaring over een praktijk sinds 1856 zijn meening uit, dat vooral erfelijkheid het gevaar van tuberculose uitmaakt1). Dr. Th. Haaksma Tresling gaat de gevallen na van zijn praktijk sinds 1860 ') en komt tot de volgende conclusies:

»Yan de staat Ao (d. z. onbelasten) sterven van 15 families en 113 personen 19 = 16.81 pCt. erfelijk onbelast.

Van de staat Bf (d. z. belasten) sterven van 31 families en 241 personen 128 == 58.09 pCt. erfelijk belast.

Aan die staten ontleen ik 1111 het volgende:

a. Waar ik de longtuberculose zie optreden bij erfelijk onbelaste families, bepalen de gevallen zich tot enkele personen.

b. De vatbaarheid openbaart zich het sterkst bij erfelijkheid.

c. De erfelijkheid vertoont zich bij belaste families niet slechts als longtuberculose, maar ook als tuberculose van andere organen hersenvliesen, beenderen, nieren, ingewanden".

In de laatste jaren is ook gebleken, dat nierziekte (Morbus lirightii) erfelijk voorkomt, maar dit is toch niet van zoo

1) Kaminer, Krank/uiten der Atmungsorgant mul Me, in: Krankh. u. Ehe II, S. 267.

2, Xed. TijJsc/ir. voor Geneesk. 1902, I, blz. 801.

5; Xeil. Tijdschr. -oor Geneesk. 1902, I, blz. 149--

Sluiten