Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheikundig opzicht behooren de meeste aetherische oliën tot de aromatische verbindingen.

Gewoonlijk bereidt men aetherische oliën door dat men de voldoende fijn gemaakte simplicia in drogen of verschen toestand eerst met water macereert en daarna destilleert, of dat men in dit mengsel stoom voert. Wel ligt het kookpunt der meeste aetherische oliën hooger dan dat van water, maar met waterdamp zijn zij gemakkelijk vluchtig, en al naar hun soortelijk gewicht zinken zij in of drijven zij op het mede overgedestilleerde water, waarvan zij gescheiden worden. Het afgescheiden water is echter ook met aetherische olie verzadigd. Men verkrijgt de aetherische olie hieruit, door toevoeging van eene geconcentreerde keukenzoutoplossing, waarbij de olie zich afscheidt. Men kan ook dit water bewaren voor eene volgende destillatie, waarbij dan geen olie meer zal oplossen.

Eenige aetherische oliën, die in groote hoeveelheden in de plantendeelen voorkomen, en waarbij de fijne geur door destillatie verloren zou gaan, worden door uitpersen verkregen, o. a. de oliën uit de verschillende soorten van Citrus, als Oleum Bergamottae (Citrus Bergamea), Oleum aurantiorum (Citrus vulgaris), Oleum Citri (Citrus limonum). Andere aetherische oliën, die slechts in zeer geringe hoeveelheid in de planten voorkomen, worden verzameld, door de plantendeelen uit te trekken met vetten of met vette oliën; op deze wijze verkrijgt men de riekstoffen uit Jasmijn, Viooltjes, Reseda, Hyacinthen enz. Om hieruit de zoogenaamde Extraits te bereiden, worden deze vetuittreksels in koperen trommels met alcohol uitgetrokken, waarin zoo goed als geen vet overgaat.

Omtrent de eigenschappen der aetherische oliën valt het volgende op te merken: zij moeten in hooge mate den reuk vertoonen der plantendeelen, waaruit zij behooren bereid te zijn: men neemt den reuk niet waar aan de onverdunde olie, maar aan een krachtig geschud mengsel van 10 cM;! water en 1 druppel olie. Verwarmt men vluchtige oliën op een waterbad in een kolfje met afkoeler, dan mag geen vloeistof overdestilleeren, evenmin mag een druppel olie, in water gebracht troebel worden; dit zou o. a. wijzen op eene vervalsching met alcohol.

Andere in water oplosbare vervalschingen toont men aan door de olie te schudden met eene verzadigde oplossing van keukenzout, hierin is de olie zelf onoplosbaar.

Neernt men nu in een verdeelde reageerbuis gelijke volumina vluchtige olie en verzadigde keukenzoutoplossing, schudt krachtig

Sluiten