Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dit geschiedt zoolang tot bij de gewone temperatuur weer 2,5 deel water I deel kopersulfaat opgelost houdt.

Onder gunstige omstandigheden kan de grens van oplosbaarheid bij eene bepaalde temperatuur ver worden overschreden, men heeft dan eene oververzadigde oplossing. L.aat men bijv. eene bij kookhitte verzadigde oplossing van Sulfas natricus onder absolute rust bekoelen, dan zal de vaste stof bij de gewone temperatuur niet worden afgescheiden. Werpt men echter in deze oplossing een klein stukje Sulfas natricus, dan scheidt zich een groot deel van het opgeloste zout weer af; dus eene oververzadigde oplossing kan niet bestaan, wanneer cle vloeistof nog in aanraking is met onopgeloste vaste stof. Ook door eene oververzadigde oplossing te schudden, zal de vaste stof zich spoedig afscheiden.

De verhouding, die er bestaat tusschen solvendum en solvens, noemt men de concentratie der oplossing. Gewoonlijk drukt men deze concentratie uit in percenten; zoo bestaat eene 3 °/(, oplossing van Boorzuur uit 3 deelen Acidum boricum en 97 deelen water.

Oplossingen worden op verschillende wijzen voorgeschreven, bijv.:

Hydratis Chlorali 6 Aquae 150 Solve,

Da, Signa: o. h. c.

■ii. Acidi borici 6 solve in

Aquae destillatae 250 filtra, signa: collyrium.

.R. Solutionis Chloratis kalici 3 °/o 200 ds. gargarisma.

.H. Solutionis Jodeti kalici l! L>mi (6 = 200).

Het gewicht der oplossingen, bedoeld in het le en 2e voorbeeld, moet zijn het gewicht der vloeistof vermeerderd met het gewicht der vaste stof; in het 3e en 4e voorbeeld geven de cijfers 200 het gewicht aan der geheele oplossing. Waar de arts echter vloeistoffen laat innemen bij een bepaald volumen (lepel, eierlepel enz.), daar is het niet rationeel een bepaald gewicht voor te schrijven, immers de doseering wordt dan minder nauwkeurig.

Het volumen van eene oplossing van 6 gram Kaliumjodide in 174 gram water bedraagt minder dan 180 cM:i, dus zullen er geen 12 lepels

Sluiten