Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(gerekend op 15 cM3) uit genomen kunnen worden. Nauwkeuriger is het daarom een bepaald volumen vloeistof voor te schrijven, zooals door sommige artsen reeds gedaan wordt1), bijv.:

Brometi ammonici 2

Brometi kalici

Brometi natrici aa 4

Aquae communis q.s. ad cM3 300

M. d s.

Chloratis kalici 5

Phenoli liquefacti 1 cM3

Glycerini 25 cM3

Aquae q.s. ad volumen 250 cM3

Solve, da, signa: gargarisma.

Vooral bij sterk werkende geneesmiddelen verdient deze wijze van voorschrijven de voorkeur, en in het bijzonder wanneer men als solvens eene vloeistof neemt, die belangrijk in soortelijk gewicht verschilt met water, bijv.:

.R. Camphorae 1

Aetheris q.s. ad 10 cM3 S. D. S. ad injectionem.

Was in dit voorbeeld 10 gram aether voorgeschreven, dan zou bij een s. g. van aether van 0,725 het volumen ruim 13,5 cM3 bedragen.

Als solvens gebruikt men in de receptuur gewoonlijk water, liefst gedestilleerd water, dat op de meeste stoffen geen scheikundige werking uitoefent, althans niet in den gewonen zin.

In sommige gevallen bestaat er tegen het gebruik van Aqua communis geen bezwaar, bijv. voor het oplossen van Acetas kalicus, Antipyrine, Brometum kalicum, Chloretum ammonicum, Salicylas natricus enz. In andere gevallen daarentegen moet men aqua destillata nemen, bijv. voor het oplossen van zilverzouten, kwikzouten, loodzouten, tannine, carbonaten, bicarbonaten, phosphaten enz., daar aqua communis ontleding zou veroorzaken. Men houde verder in het oog, dat de Pharmacopee met water (Aqua) steeds bedoelt gedestilleerd water (Aqua destillata).

De oplosbaarheid van eene vaste stof in eene vloeistof is voornamelijk afhankelijk van a) den aard van de vaste stof, b) den aard van het

!) Zie Dr. L. van Itallie, Medicamentorum formulae enz., en J. C. L.eusden, idem.

Sluiten